De taalvirtuoos, Wim Daniëls

maandag, 1-6-2015
 

Houd je van lezen en/of schrijven? Als je eens een uurtje wilt lachen en tegelijk het nodige op literair gebied wilt opsteken, moet je eens naar een lezing van schrijver Wim Daniëls gaan. Deze taalvirtuoos is bekend van radio en televisie. Onder andere is hij vaak te gast bij De Wereld Draait Door en Pauw (en Witteman), waar hij steevast de lachers op zijn hand krijgt. Maar naast getalenteerd schrijver is deze man eigenlijk ook een begenadigd cabaretier. In een rad tempo en vaak geïmproviseerd, schudt hij de ene anekdote na de andere uit zijn mouw.
Afgelopen week heb ik een voordracht van hem bijgewoond in een boekhandel bij mij in de buurt. Het was er een drukte van jewelste.
Van Daniëls zijn inmiddels exact 100 boeken uitgegeven, veelal op taalgebied voor jong en oud. De 101e ligt binnenkort in de winkels. En er zullen, volgens mijn vaste overtuiging, nog veel humorvolle schrijfsels volgen. Een van zijn laatste schrijfcreaties tot nu toe heet: DE TAAL ACHTERNA.
Dit boekwerk was de basis van zijn voordracht. Daarin vertelt hij hoe hij als jongetje, geboren in Aarle-Rixtel (N.Br), werd grootgebracht met het dialect van zijn ouders en van het dorp. Toen hij zo’n 14 jaar was ontdekte de jonge Wim dat er, door import van ‘buitenstaanders’ uit naburige dorpen en provincies, toen al allochtonen genoemd, ook andere dialecten en talen bestonden, waaronder Algemeen Nederlands.
Dat was het begin van zijn taalfascinatie. Wim Daniëls werd daardoor, zoals hij zelf zegt, taalbeschouwer en ging (dialect)woorden ontmaskeren, ofwel de oorsprong van allerlei woorden onderzoeken.

Zo werd er in het gezin gesproken over brandestransie (brandverzekering, of brandassurantie), petazzie (stampot, afkomstig van potage), kluutske (koekje), lozzie (horloge), ollienutjes (pinda’s, ofwel olienootjes), ollieklonje (eau de cologne, ofwel 4711).
Daniëls legde uit dat zeer veel van die dialectwoorden, maar ook woorden in het Algemeen Nederlands, door de vroegere Franse overheersing, leenwoorden zijn.
Zoals eau de cologne (water uit Keulen), dat kennelijk een deftiger woord was dan 4711, op welke huisnummer de reukwaterfabriek in Keulen gevestigd was. 4711 Werd gezegd als moeder Daniëls de stank van de poepdoos (vroeger een houten zitting met een rond gat in het midden boven een diepe kuil in de grond) wilde verdrijven. In alle ander gevallen, zoals bij familievisites, noemde ze het ollieklonje.
Zo vertelde Wim Daniëls allerlei merkwaardigheden over onze taal, zoals de vele e-klanken, de tussenvoegsels –n- en –s- bij samenstellingen. Teveel om hier te noemen.

Wel wil ik nog een leuke anekdote aanhalen. Notabelen in Aarle-Rixtel wilden indertijd het plaatsje meer bekendheid gaan geven. Ze spraken over ‘Aarle-Rixtel op de kaart zetten’. Daar is nooit wat van gekomen door fusies met andere gemeentes. Daniëls had de openingsvergadering bijgewoond en sindsdien heeft hij zijn eigen spreuk, namelijk: Aarle-Rixtel op de kaart zetten. Met andere woorden: als je ‘s middags Aarle-Rixtel op de kaart gaat zetten, dan bedoel je: ik ga vanmiddag iets onbestemds doen, iets doen wat onduidelijk, of zelfs vrij zinloos is. Tot nu toe is zijn spreuk nog niet ontkiemd, maar wie weet …

Ik heb genoten, gelachen en veel geleerd.
Wil je reageren? Mail me dan op info@julesdulac.nl