Er gebeurt teveel

maandag, 8 juni 2015
 

Het is toch niet normaal meer, wat je in een week tijd aan ellende over je uitgestort krijgt. Ik bedoel niet in mijn privéleven, want dat is meestal business en freetime as usual. Nee, ik heb het over de gebeurtenissen in de wereld, het nieuws van alledag, de ophef over allerlei ellende in Afrikaanse en Aziatische landen, maar ook die in onze eigen omgeving..
Denk maar aan het Fyra-debakel, hoe alle dikbetaalde betrokkenen, die duidelijk gefaald hebben, hun handen in onschuld wassen; de NS die met list en bedrog een vervoersvergunning heeft binnengehaald; de eeuwigdurende Griekse tragedie, waar partijen geen stap dichterbij komen, waar uitstel op uitstel volgt, waar geen beslissingen worden genomen met het voorspelbare gevolg dat de Grieken aan het langste eind gaan trekken; denk aan het IS-slagveld in het Midden-Oosten, de vluchtelingenstroom, de FIFA praktijken, de exorbitante hoge beloningen van zorgmanagers, de PGB-ellende. Zo kan ik nog wel een poosje doorgaan.
Maar er zijn gelukkig ook heel mooie ontwikkelingen, zoals de spectaculaire genezingsmogelijkheden voor diabetespatiënten, ontwikkeling van zeewier als voedsel voor de wereldbevolking, nieuw medicijn tegen prostaatkanker en mogelijk andere soorten.
Als je niet stevig in je schoenen staat, kan ik me voorstellen dat je er vreselijk depressief van raakt. Dat was 30 jaar geleden al zo, maar dat is tegenwoordig 10 keer zo erg.
Ooit, inderdaad zo’n 30 jaar terug, sprak midden in de stad een onbekende man mij aan. ‘Meneer,’ zei hij, ‘ik kan er niet meer tegen.’
Ik was op dat moment nogal meelevend, temeer daar hij er nogal vermoeid en triest uitzag, dus vroeg ik: ‘Waar kunt u niet meer tegen?’
‘De toestand in de wereld. Al die ellende met oorlogen en rampen die dagelijks over je uitgestort wordt. Ik kan het niet meer aan.’
Ik begreep dat hij suïcidale neigingen had. ‘Maar, beste man, daar kunt u toch niets aan doen? Je kunt toch niet alle ellende in de wereld op je schouders nemen?’ 
Er ontstond een gesprek, waarbij hij al zijn persoonlijke ellende (hij was eenzaam, werkeloos en weduwnaar) uitstortte en ik probeerde uit te leggen dat er nog zoveel in het leven te genieten valt, als je er maar voor open wilt staan.
‘Je moet een leuke hobby zoeken,’ adviseerde ik hem. ‘Sluit je aan bij een vereniging en ontmoet andere mensen. Kijk om je heen; geniet van de stadse levendigheid; ga de natuur in; ga sporten. Er zijn zoveel mogelijkheden om je problemen kwijt te raken. Als je zelf maar wilt.’
Mijn domineeachtige preek had kennelijk invloed, want na een kwartiertje nam hij monter afscheid en bedankte mij hartelijk. Ik had een goed gevoel aan het gesprek overgehouden. Misschien had ik …