11. Ode aan de lente

Eindelijk, eindelijk zijn we bevrijd,
van sneeuw, hagel, storm en dun ijs
van donkere dagen en koude nachten
van een deprimerende wintertijd.

Zes maanden terug leek alles dood.
Overal dorre, naakte bomen
zonder mooie groene kronen
De natuur leek in grote nood

En kijk nu de heesters en de bloemen.
In vol ornaat staan ze te gloren.
Ik ga echt in wonderen geloven
want de natuur is opnieuw geboren

Een periode van heel veel zonneschijn
met hier en daar wat wind en regen,
maar daar is toch helemaal niets op tegen?
Het houdt je fit en dat is bijzonder/toch wel fijn
 
Als ik naar buiten ga en hier en daar wat kijk
zie ik vrolijke lammetjes en veulens in de wei,
vogeltjes en eendjes pas gebroken uit hun ei.
Al dat nieuwe leven maakt me vrees’lijk blij,

Maar is het wel eerlijk dat ik zo geniet
als ik denk aan vluchtelingen en hun verdriet,
aan de Christenen, ongelovigen en Islamieten,
die elkaar bevechten, vermoorden en beschieten?

Natuurlijk moeten we blij zijn met zoveel lentepracht.
De natuur kan er niets aan doen dat de een de ander slacht.
De schepping is vredig en betrouwbaar, elke dag.
Hadden wij mensen maar zoveel harmonie en kracht.

Alle seizoenen in ons land zijn prachtig,
maar de lente met nieuw leven is het allermooist.
Liefde en hoop horen bij dit nieuwe leven.
En het mooie is: het wordt ons gratis gegeven.

mei 2016
Jules du Lac