Leg neer dat geweer

Alsjeblieft, Stefan, leg nou neer dat geweer.'

‘Waarom?’
‘Omdat het gevaarlijk is.’
‘Zal me een rotzorg zijn. Ik pik het niet. Die kerel gaat er aan.’
‘Doe het nou niet. Hij is het nietr waard dat je de bak in draait.'

Zijn blik bleef hard, zijn ogen spuwden vuur en zijn knokkels waren wit door het omklemmen van het wapen.
Er klonk een deuntje. Het was het mobieltje van mevrouw

‘Oh jee, het is hèm. Wat moet ik doen?’
‘Geef maar hier dat ding’

Stefan neemt de smartphone over, zet de speaker aan en blaft in het toestel: ‘Jij, vuile smeerlap, wat moet je met 

mijn vrouw? Je moet met je poten van d’r afblijven. Als ik je zie, schiet ik je kapot.’
‘Wat krijgen we hou? Ben jij de man van Sophie? Ik dacht altijd dat ze ongetrouwd was. Daar hebben we het nooit over gehad. Sorry hoor. Maar hoe heet jij dan?’
’Dat gaat je geen moer aan. En ik geloof geen barst van wat je zegt.’
‘Echt waar, ik wist niet dat Sophie getrouwd was. Hoe kan ik het goed maken?’
‘Goed maken? Helemaal niet.’
‘Ik vind dit heel rot. Ik wil excuses aanbieden. Zullen we voor vanavond met elkaar afspreken om erover te praten? Bijvoorbeeld in café Hurry-Up?’

Met trillende benen en een rood hoofd van opgekropte emotie kijkt Stefan eerst naar zijn geweer, dat hij nog in een hand vastklemt, dan naar zijn vrouw. Deze knikt bevestigend dat hij best op de uitnodiging kan ingaan.

‘Oké dan, ik ben er straks om acht uur. Dan kan je me alles goed uitleggen. Maar misschien neem ik mijn geweer mee, want, weet je, als je liegt, ben je er geweest.’
‘Oh, daar ben ik niet bang voor, maar houd voor alle zekerheid dat schiettuig maar thuis. ‘Trouwens ik heet Barry Verminten.’
‘Dat weet ik al lang van m’n vrouw.’
‘Tot vanavond dan.’
Stefan kijkt vol verbazing naar zijn vrouw. Deze pakt hem met een brede grijns vast en fluistert: ‘Ik hou van je. Dat griezelding heb je niet meer nodig, toch? Dus alsjeblieft, leg neer dat geweer.’