Vliegtuigmysterie

Ik had de vrouw al enige tijd in de gaten gehouden. Haar gedrag was vreemd. Het ene moment liep ze zenuwachtig door de vertrekhal, om daarna weer schuin tegenover me te gaan zitten. Zogenaamd zat ze een blaadje te lezen, maar stiekem keek ze steeds over de rand naar de andere passagiers.

‘Zie je die vrouw daar?’, vraag ik aan mijn maat.

‘Welke?’
‘Die met die lange, zwarte jurk en hyjab. Ze voert volgens mij wat in haar schild. Ze doet steeds zo raar.’
‘Ja, vond ik ook al.’
‘Wie weet gaat ze straks gekke dingen doen en zijn we met vliegtuig en al voorgoed verdwenen. Je hebt toch ook wel eens van die vrouwen gehoord, die wraak nemen vanwege het sneuvelen van hun man.’
‘Wel eng als je er over nadenkt.’

In de machine praatten we er nog wat over, maar langzamerhand kom ik in een lichte slaaproes. Plotseling schrik ik wakker door geschreeuw. Het is mijn vriend. Ik zie hem opspringen en zich op de vrouw storten, die zojuist was langsgelopen.
‘Ze wil ons opblazen,’ roept hij in paniek. ‘Help me, ze mag niet ontsnappen.’
Ineens staan er enkele stewards en stewardessen om de twee heen.
‘Ik niks gedaan,’ huilde de vrouw angstig. Wil alleen naar wc. Ik niemand willen opblazen.’
De vrouw wordt afgevoerd, maar komt even later samen met de purser terug.

 

‘Er is helemaal niets aan de hand, meneer,’ zegt de man streng tegen mijn vriend. En zich tot de vrouw wendend. ‘Wilt u aangifte doen van de aanval?’
‘Nee hoor. Ik wel begrijpen. Ik zelf ook bang voor vliegen.’
Mijn vriend steekt zijn hand uit en zegt: ‘Sorry, mevrouw.’
Ze maakt een gebaar dat ze het niet erg vind, maar geeft geen hand en loopt terug naar haar plaats.