Lentevondst

 

Het was een jaren 30-woning die we in september gekocht hadden. Zowel binnen als buiten was alles enorm verwaarloosd. Vloeren verrot, elektra verouderd, lekkende goten en daken, noem maar op.
Zoals binnen, was het ook buitenshuis. De lange tuin was overwoekerd met metershoog onkruid, verwilderde braamstruiken en andere heesters. Ook lag de hele tuin bezaaid met puin en huisvuil.

De renovatiekosten zouden zo’n € 100.000,-- bedragen. Dat geld konden we niet ophoesten, dus hebben we met behulp van ouders en vrienden zoveel mogelijk zelf aangepakt. De hele winter hebben we gezwoegd om in maart te kunnen gaan trouwen.
En dat lukte. Na de bruiloft konden we direct ons hagelmooi huis betrekken.

Maar die verschrikkelijke tuin moest nog ontgonnen worden. Na het afvoeren van vele zakken tuinafval kregen we de contouren te zien van de vroeger aangelegde hof. Halverwege was een verhoogde border, afgezet met een muurtje. Daarvoor was ooit een vijver van beton aangelegd, waar weinig meer van over was.
De kom was dichtgegooid en de randn waren afgebrokkeld.
Dit vijvertje was een van de laatste projecten. Toen ik op een warme lenteavond de spa in de grond zette, was de verrassing groot. Ineens zakte de aarde weg en viel er een groot gat in de grond.
Mijn schoonvader die er bij stond, riep: ‘Man, dat is vroeger een schuilkelder geweest. Er ligt vast een grote deksel naar de ingang. Verder graven, Jules.’Dus ging ik graven alsof m’n leven ervan afhing. En ja hoor, daar stuitte ik op iets hards. Nog fanatieker ging ik scheppen. Het zweet brak me aan alle kanten uit. Het bleken een aantal keien te zijn.
‘Haal ze er uit. Daaronder moet de ingang zijn,’ commandeerde mijn schoonpa. Dus werden ze eruit gehaald. Maar daaronder lag weer een laag aarde.
‘Ik stop, pa. Ik geloof het nou wel. Ik kan niet meer.’
‘Jammer, want ik geloof heilig dat daaronder een schuilplaats ligt. Wie weet wat we hadden kunnen vinden, jongen, lijken of zoiets.'
Ik kreeg een rilling bij de gedachte en had meteen geen zin meer om verder te gaan.
'Ja gezellig, zeg. Misschien een andere keer.'