(Schrijfopdracht Schrijven on Line: Schrijf over een actueel gegeven, uitgaande van een bekend persoon)

Overschot?

Zachtjes sloop hij de slaapkamer binnen en doodmoe zakte hij op bed.
‘Een zware avond gehad, Eric?’
‘Ik dacht dat je al sliep.’
‘Tuurlijk niet, schat. Ik weet toch hoe moeilijk je het de laatste weken hebt.’
‘We zijn er uit. Het totaalplan is aangenomen. Nu moet het nog door de anderen beoordeeld worden. Alleen houd ik mijn hart vast, want iedereen heeft zijn eigen stokpaardje. Maar met 5 miljard kan je natuurlijk wel leuke dingen doen.’
'Nou, als je het omrekent is dat maar 300 euro per Nederlander.’
‘Jawel, maar ik heb een slimmigheidje bedacht. De BTW gaat overal naar 21 %. Brengt ook miljarden extra op.’
‘Ook de kapper?’
‘Ook de kapper, ja.’
“Ben je helemaal gek geworden, sufferd. Een kappersbeurt kost me al gauw 100 euro. Dat kost dus elke twee weken 15 euro extra.’
‘Nou dan ga je toch minder naar de kapper.’
‘Heb je nou geen hersens? Honderdduizenden vrouwen gaan daardoor minder naar de kapper. Kapperszaken moeten gaan sluiten. Hetzelfde geldt ook voor schilders, boekenverkopers, aannemers, enzo. Dus duizenden werklozen erbij. Hoe stom kun je zijn.’
'Ik heb de extra BTW en andere lastenverhogingen hard nodig om leuke cadeautjes, zoals verlaging loon- en inkomstenbelasting, uit te delen. Het moet een beetje smeuïg blijven, toch? Er komen meer banen en de export gaat omhoog.’
‘Integendeel. Luister nu eens naar je eigen hersens en niet naar die van je ambtenaren. Dacht je echt dat werkgevers meer mensen in dienst gaan nemen? En door de BTW verhoging worden de producten alleen maar duurder.’
‘Oh, daar heb ik niet zo over nagedacht.’ 
‘Heb je nog steeds niets geleerd, Eric Wiebes? Je weet toch hoe het in de grensstreek is gegaan. Je beweert dat je meer BTW binnenkrijgt, maar je zegt niet dat benzinepompen moeten sluiten en er meer WW-uitkering betaald moet worden.’
‘Je hebt, geloof ik, gelijk, liefje, maar ik kan niets meer veranderen. Alles ligt al vast. Kan jíj eigenlijk niet in de regering komen?’
‘Dank je de koekoek. En dan zeker de hele dag slap ouwehoeren? Mij niet gezien.’
‘Laten we dan maar gaan slapen. Trusten.'