Reizen

 

Doodsbang was ze om te vliegen. Daarom hingen we ’s zomers altijd de caravan achter de auto en toerden we Europa door. Eerst met ons vieren, totdat de kinderen niet meer wilden en we met ons tweeën overbleven.
Voorzichtig probeerde ik mijn vrouwtje warm te krijgen voor Griekenland, Tunesië, Egypte of een andere fantastisch vakantieland.
En waarachtig, op zekere dag stapten we samen een reisbureau binnen om een vliegvakantie te boeken. De juffrouw achter de desk hielp ons uiterst vriendelijk en alles leek goed te gaan, totdat de dame van haar plek weg moest om een folder uit de schappen te halen.

‘Ik doe het niet’, zei mijn eega fel, toen we alleen gelaten werden.
‘Wat doe je niet? 


'Ik ga niet vliegen. Kom mee, we gaan hier weg.’

‘Helemaal niet, we zijn hier en we blijven hier’, sprak ik dapper.
M’n echtgenote staat op en wil naar de uitgang lopen, maar op dat moment draait de aardige dame zich om en komt weer naar haar bureau teruggelopen. Ze botst bijna tegen mijn vrouw op en met een lief gebaar legt ze haar hand op de schouder van mijn wederhelft. Ze begeleidt haar weer naar haar eerdere zitplaats.


Gevolg was dat de vlucht en het hotel geboekt werd, terwijl mijn eega bibberend van angst naast me zat. Zou die juffrouw daar een cursus voor gevolgd hebben, vroeg ik mezelf af.
De nacht dat we de lucht in moesten, was spannend. Zenuwachtig heen en weer geloop, braakneigingen en chagrijnige woorden, wat ik totaal niet gewend was.
De start en landing gingen geruststellend goed. Daartussenin heeft mijn vrouw gepuzzeld, geslapen en gelezen, maar vanaf dat moment hebben we meerdere keren een vlucht geboekt naar een zonnig vakantieresort. En dat zonder enig probleem.