Verlangen

Wat een heerlijke tennismiddag was het geweest. Prachtig, zonnig weer, twee en twintig à drie en twintig graden; een paar sets gewonnen en een paar sets verloren; enkele aces geslagen en een aantal harde volleys. Om daarna met een stel tennismaten de transpiratie gezellig weg te drinken en de wereldproblemen te bespreken. Wat wil een mens nog meer om te ontspannen?
Op mijn fiets naar huis overweeg ik hoe fijn de dag verder nog gaat worden. Ik verlang er al naar. Zo dadelijk lekker in een tuinstoel gaan zonnen met een krant op schoot en een kopje koffie
naast me. En dan langzaam wegzakken in een zoete slaap.

Maar …, als ik de tuinpoort open, hoor ik stemgeluiden. Het zijn de stemmen van mijn schoonouders.
Als mijn vrouw mij ziet komen, roept ze vrolijk: “Hoi, schat. Pa en ma zijn gekomen om even gedag te zeggen. Ze gaan morgen een weekje op vakantie."

Vrolijk blijven; vriendelijk blijven, Jules, denk ik als ik ze begroet.

Het enige dat ik nu nog verlang is, dat ze heel snel weer weggaan om hun koffers te pakken.