De zwerver (1), de trui 

'Het wordt koud, vind je ook niet, Harrie? Jìj hebt tenminste nog een lekker warme trui aan.
De mijne heb ik van de zomer ergens opgeborgen, maar toen ik hem vandaag wilde ophalen, was ie weg. Morgen ga ik in een winkel eentje lenen.’
De man zette zijn kraag nog eens extra omhoog en trok zijn muts wat verder over zijn oren.
‘We zitten hier toch wel lekker uit de wind. Na zo’n jaartje begin ik aardig te wennen aan slapen op straat. Weet je, ik was na het ongeluk van mijn vrouw en zoontje helemaal de weg kwijt. Maandenlang heb ik zitten wegkwijnen, maar daar ben ik nu overheen. Ik had een bloeiend bedrijf, gespecialiseerd in bruggenbouwen, terwijl ik hoogtevrees heb, ha, ha. Maar ik heb het toen helemaal verwaarloosd, totdat ik failliet werd verklaard. Alles kwijt. Eigenlijk ben ik er best blij mee. Geen last meer van al dat gezeik van je personeel over vakantiedagen, salaris, werkdruk.’

Hij rolde zijn slaapzak uit. Harrie lag rustig naast hem.
‘Wat ben je stil Harrie. Nou ja, lekker rustig zo. Weet je, vriend, tegenwoordig ben ik helemaal ontstrest. Niet meer dat rotwerk van ’s morgen vroeg tot ’s avonds laat. Ik mis mijn huis ook niet. Wel vind ik het jammer dat ik de Kerst niet meer met mijn gezinnetje kan vieren. De kerstboom optuigen, het ophangen van die mooie gouden ballen en dat engelenhaar. Ik vond het altijd heel gezellig en sfeervol. Vooral de laatste Kerst. Mijn vrouw liep in een strakke legging met tijgerprint rond. Je kan wel raden wat de gevolgen waren. Het werd een heerlijke kerstnacht. Onze laatste. Het was als een soort voorteken, alsof ze me voor de laatste keer extra wilde verwennnen. Een paar dagen later was ze dood.’
Harrie reageerde niet.
‘Hé Harrie, slaap je? Je zegt helemaal niks. Je kan toch wel zeggen hoe erg je het voor me vindt. Het is nog te vroeg om te slapen, man. We moeten ons avondbiertje nog drinken. Hier pak aan.’
De prater stootte Harrie aan om het blikje te overhandigen, maar hij bleef stoïcijns liggen.
‘Hé man, kom op.’
Nu schudde hij hem door elkaar. Geen beweging.
‘Verrek Harrie, is er iets?’
Nogmaals schudde hij hem heen en weer. Nu nog harder. Maar de man maakte geen enkele beweging.
‘Verdomme, man, je bent dood, geloof ik. Ik ga de politie waarschuwen. Maar eerst wil ik die warme trui van je overnemen. Dat scheelt morgen een diefstalletje.'