De zwerver (2), Kerst 

Hij liep achter in de rij. Niemand was geinteresseerd in hem. Waarom zouden ze ook? Er was niemand die de man kende en hij zag er vies en onverzorgd uit met zijn versleten jas, lelijk geknipte baard en stoffen muts.
Toen iedereen al binnen was, stond hij daar nog alleen. ‘Hoi, Harrie, ik kom afscheid van je nemen. We kenden elkaar nog niet lang, maar we hebben wel leuke gesprekken met elkaar gehad, toch? Het ga je goed daarboven.’
Hij pakte het schepje en gooide wat aarde naar beneden. Daarna draaide hij zich om en ging ook naar binnen, waar hij een lege stoel uitzocht.
Hij ging altijd graag naar dit soort gelegenheden. Gratis broodjes en koffie.
Toen iedereen de vrouw en zoon gecondoleerd had, ging hij naar voren.
‘Gecondoleerd, mevrouw Borgesteinen.’
‘Ken ik u?’
‘Nee. Ik ben Adrie, een vriend van Harrie. Ik was bij hem toen hij stierf.’
‘Bedankt voor uw medeleven.’

De man condoleerde ook de zoon en ging weer zitten om nog een broodje te verorberen.
Toen iedereen weg was, kwam de vrouw op Adrie afgelopen. ‘Ik wil u graag uitnodigen om op 1e Kerstdag bij mij thuis te komen barbecueën. Samen met mijn zoon en mij.’
Dat liet de man zich geen twee keer zeggen en zodoende zat hij drie dagen later bij de vrouw en zoon aan tafel.
‘Ik zie dat je een trui van Harrie aan hebt. Heb ik ooit voor hem gebreid. Hoe kom je daar aan?’
En Adrie vertelde dat hij hem had aangetrokken, toen bleek dat Harrie was overleden.
‘Harrie werd verliefd op een ander,’ sprak de vrouw. ‘Hij is toen het huis uitgegaan. Maar die ander gooide hem na een poosje weer de straat op. Eigenlijk lijk je wel wat op mijn man, vind je ook niet Herman? En jullie namen ook trouwens,’
‘Wat!’ schreeuwde de aangesproken zoon, ‘Op papa lijken? Hij is een dief en een moordenaar. Hij heeft papa laten sterven en die trui gestolen. Die man moet het huis uit.’
‘Meneer mag hier toch wel mee-eten?’
‘Nee, ik mag hem niet. Hij eruit, of ik.’
‘Ik wil niet kiezen, Herman. Hij mag van mij gewoon blijven.’
Herman stond met een ruk op, pakte zijn bord, smeet het tegen de muur en verliet woedend het huis.
‘Geeft niet, hoor. Doet ie wel vaker. Weet je wat, ga lekker even douchen. Boven heb ik nog wat kleren van Harrie. Dan gaan we straks gezellig met ons tweetjes Kerst vieren.’