Ode aan de lente (gedicht)

Eindelijk, eindelijk zijn we bevrijd
van sneeuw, hagel, storm en dun ijs,
van donkere dagen en koude nachten,
van een deprimerende wintertijd.


Zes maanden terug leek alles dood.
Overal dorre, naakte bomen
zonder mooie groene kronen
De natuur leek in grote nood.

En kijk nu de heesters en de bloemen.
In vol ornaat staan ze te gloren.
Ik ga echt in wonderen geloven
want de natuur is opnieuw geboren.

Een periode van veel zonneschijn
met hier en daar wat wind en regen,
maar daar is toch helemaal niets op tegen?
Het houdt je fit en dat is toch bijzonder fijn.

Als ik naar buiten ga en hier en daar wat kijk,
zie ik vrolijke lammetjes en veulens in de wei,
vogeltjes en eendjes pas gebroken uit hun ei.
Al dat nieuwe leven maakt me vrees’lijk blij,

Maar is het wel eerlijk dat ik zo geniet
als ik denk aan vluchtelingen en hun verdriet,
aan de Christenen, ongelovigen en Islamieten
die elkaar bevechten, vermoorden en beschieten?


Natuurlijk moeten we blij zijn met zoveel lentepracht.
De natuur kan er niets aan doen dat men elkaar slacht.
De schepping is vredig en betrouwbaar, elke dag.
Hadden wij mensen maar zoveel harmonie en kracht.

Alle seizoenen in ons land zijn prachtig,
maar de lente met nieuw leven is het allermooist.
Liefde en hoop horen bij dit nieuwe leven.
En het mooie is: het wordt ons gratis gegeven.

 

27-05-2016