Gezeur

‘Heb je de kranten al gelezen?’
‘Jawel. Waarom vraag je dat?’
‘Nou, die idiote ingezonden mededelingen van de laatste dagen. Heb je die ook gelezen?’

‘Ach, dat interesseert me niet zo. Dat gezeik van mensen die zo nodig hun mening willen verkondigen over van alles en nog wat.’
‘Dat bedoel ik. De mensen moeten niet altijd zo zeuren over allerlei futiliteiten.’
‘Je weet het toch, Greetje, Nederlanders zijn grote zeurpieten. Zeuren ze niet over Zwarte Piet, dan zeuren ze over calorieën in het eten, of weet ik niet wat.’
‘Precies. Soms gaat het wel eens over iets belangrijks, maar meestal stelt het niks over.‘
‘Maak je toch niet zo druk. Je zegt het zelf. Het stelt helemaal niks voor. Die mensen voelen zich zo belangrijk. Vergeet het toch. Denk aan je gezondheid.’

‘Ik erger me er dood aan, weet je. Vooral de stukjes van de laatste dagen.’
‘Laten we het ergens anders over hebben. Over Ajax en Feyenoord, bijvoorbeeld.
‘Waar bemoeien de mensen zich toch mee. Ze mogen toch zelf weten wat ze aantrekken?
‘Heb je het nu over de nieuwe uittenues van Feyenoord?’
‘Nee, natuurlijk niet, sufferd. Ik heb het over die meisjes. Zo zielig. Ze deden de hele dag zo hun best en nu worden ze afgezeken.’
‘Je bent echt kwaad, hè?’
‘Ja, ik ben kwaad. Ik vond ze juist leuk, die schattige kindjes. Maar de één vindt ze truttig, een ander goedkoop, of zonder smaak. Laten ze liever naar zichzelf kijken. Wie denken ze wel dat ze zijn om zo negatief te oordelen? Zelf zien ze er misschien uit als tuthola’s. ’
‘Vergeet het nou alsjeblieft. Het is totaal onbelangrijk op het totale wereldgebeuren.’
‘Ja, ja, je hebt gelijk, Johnnie. Maar ik moest het even kwijt. Laten we het maar ergens anders over hebben, of iets leuks gaan doen.’
Heel goed, liefje. We moeten maar gezellig een drankje gaan nemen. Schenk mij maar een lekker koud pilsje in.’