De afperser (deel 2)

In het eerste deel van het verhaal 'De afperser' beschreef ik hoe een kandidaat-koper van een bedrijfsobject van de verkoper eiste om zijn bezit op vreemde voorwaarden te verkopen, namelijk door betaling in termijnen. Bleikink belde mij, hij was in paniek.

Hoe moest ik deze kandidaatkoper duidelijk maken wat de spelregels zijn? Beter gezegd: wat de wet en de regels in dit geval bepalen; maar ook dat het eisen van een boete grote onzin is, omdat de voorwaarden die hij wilde niet in de koopakte waren vermeld. Het zou eigenlijk eenvoudig moeten zijn om hem te overtuigen. Helaas vergiste ik me deerlijk.

Tijdens een telefoontje met de kandidaat kreeg ik meteen al de wind van voren. Allerlei argumenten werden naar mijn hoofd geslingerd, zoals: waar ik me mee bemoeide; het was een kwestie tussen hem en de verkoper en hij had niets met de gebruikelijke gang van zaken te maken.
Het gesprek werd abrupt afgebroken, zonder dat ik gelegenheid had gekregen om mijn argumenten te vertellen.
Op mijn eerste vriendelijk mailbericht dat ik hem daarna stuurde, waarin ik de man onder meer uitgebreid had uitgelegd dat hij geen poot had om op te staan, kreeg ik geen antwoord.

Nadat het in de mail gestelde ultimatum van tien dagen was verlopen, ging er een aangetekende brief de deur uit. Hierin herinnerde ik vriendelijk aan de toegestuurde mail, maar in de brief meldde ik ook dat we overwogen een kort geding tegen hem aan te spannen om de koopakte nietig te laten verklaren.
Daar kwam dus wél snel een reactie op. De volgende dag namelijk kwam de man al het kantoor binnenstormen, schopte een plantenbak om, sloeg met zijn vuist op de balie en schreeuwde tegen mijn medewerkster Linda: ‘De makelaar! Waar is die vervloekte makelaar met zijn bedreigingen. Ik pik het niet. Ik zal die vent eens een lesje leren in zaken doen en hem tot moes slaan.’
In mijn werkkamer hoorde ik het tumult, dus ging ik naar de receptieruimte.

Ik zag een grote kerel met wilde baard om zich heen kijken, kennelijk met de bedoeling een deur binnen te gaan.
‘Wilde u mij spreken, mijnheer?’ informeerde ik vriendelijk.
Hij draaide zich woest naar mij om en liep dreigend op me af.
Aangezien ik wat training heb gehad om in conflictsituaties met boze mensen om te gaan, was ik voorbereid op wat ik moest gaan doen. Ik bleef rustig, alhoewel dit met zo’n beer van een kerel me wel een erg linke situatie leek. Ik zie de reus zijn vuisten ballen en ik dacht nog: die man zal me toch niet écht in elkaar gaan slaan?

Ik bereidde me op het ergste voor en ging met mijn armen voor mijn hoofd in een soort bokshouding staan, in afwachting van de klappen die vermoedelijk gingen komen.

 
Wordt vervolgd
Volgende week deel 3 (slot)
 
14-10-2019