De afperser (deel 3, slot)   

Door de eis van een kandidaat-koper om een bedrijfsobject in delen te kopen, zat ik in de problemen. Er kwam een wilde reus met gebalde vuisten op mij af. Het was de kandidaat-koper van het bedrijfsobject van verkoper Bleikink dat ik in de verkoop had gekregen.


De wildeman stond op het punt mij in elkaar te slaan. Met gebalde vuisten kwam hij op mij af om een paar dreunen uit te delen, maar plotseling stond hij vlak voor me stil, keek me een paar seconden intensief aan, begon te lachen en riep: ‘Verrek, Bert, ben jíj het? Ja, je bent het.’
Hij pakte me beet en drukte me tegen zijn borst.
‘Maar wie ben jij dan? Ken ik je ergens van?’
‘Ja, natuurlijk man. Ik ben Silvan Goedemans.’
‘Ben jij Silvan, de drummer van onze vroegere band The Hell Devils? Ik herken je niet, man.’
‘Tja, vroeger had ik nog een lange haarbos en een kale kin. Nu is het andersom, ha, ha.’
‘En je hebt geen bril meer. Ook door die tatoeage op je kop herkende ik je niet. Hoe is het met je? ’
‘Prima. Ik vermaak me wel. Ik speel tegenwoordig weer in een band. Leuk, man. We hebben hartstikke veel werk. Je zou eigenlijk ook weer mee moeten doen.’
‘Gaat niet. Ik heb nu ander leuk werk.’
‘Ja, je hebt het wel gemaakt als makelaar, hè? Maar het kan nooit zo leuk zijn als spelen in onze band.’
‘Misschien niet, maar ik doe het toch maar niet.’
‘Nou ja, moet je zelf weten.’
'Maar vertel eens, was je echt van plan mij in elkaar te slaan?’
‘Natuurlijk niet, joh. Ik lijk wel gevaarlijk, maar ben eigenlijk een softie. Ik ga echt geen geweld gebruiken. Maar dreigen vind ik wel geinig.’
‘Vond jij dat geinig? Nou, ik niet, hoor.’
‘Ik wilde gewoon mijn vuisten voor je smoelwerk houden om je flink bang te maken. Lachen toch?’‘Nou ik vond het echt niet om te lachen. Maar, vertel eens, waarom al dat gedoe met dat bedrijfsobject?
‘Laten we dat ergens met een biertje bespreken, Bert, dan kunnen we het gaan regelen en meteen praten over die lullige brief met dat dreigement van een kortgeding. Vond ik echt niet leuk.’
‘Je moet begrijpen, Silvan, dat ik voor mijn klant de verkoop op een goede manier moet regelen en bovendien zit je fout met je vreemde actie.’
‘Maar je kunt toch wel wat voor me ritselen? Kom, dan gaan we het in de kroeg regelen.’

In een bruin cafeetje hebben we een goed gesprek gehad en heb ik uitgelegd dat de door hem gewenste constructie onmogelijk was, met zeer veel risico’s voor de verkoper en in de praktijk onmogelijk. Geen enkele bank zou op die basis een hypotheeklening vestrekken.
Gelukkig heb ik Silvan, zonder blauwe ogen te hoeven incasseren, kunnen overtuigen, waarna we zelfs nog een tijdje gezellig over zijn huidig orkestje hebben gekletst en herinneringen opgehaald over onze vroegere dans- en showband.

De kwestie werd uiteindelijk opgelost doordat Silvan van de koop afzag. Verkoper Bleikink en ik konden dit avontuur zonder kleerscheuren afsluiten.

21-10-2019