De laatste luchtreis

Wat ben ik toch stom geweest. Had ik maar de auto genomen, dan hoefde ik nu niet zo te stampen om thuis te komen. Ik wilde zo graag mijn steentje bijdragen om het milieu wat te sparen door op de fiets naar de vergadering te gaan. Ik had ook thuis kunnen blijven, maar nee, ik wilde zo nodig vragen stellen over de financiën van de club. Nu heb ik er vreselijke spijt van dat ik gegaan ben.

De wind waaide wild om me heen. De regen martelde mijn gezicht en ik moest nog zeker vier kilometer fietsen om weer thuis te zijn. Ik worstelde om vooruit te komen. Het tempo was hooguit zeven, acht kilometer per uur. Het zou dus nog zeker een half uur duren voor ik op de bank kon neerploffen.
De wilde wind werd storm. De storm werd een orkaan. Zou ik aan de kant gaan schuilen? Maar dat leek mij geen goed idee. Daar schoot ik natuurlijk niets  mee op. Dus doortrappen maar.

Ineens zie ik een angstaanjagende, donkergrijs ronddraaiende slurf op mij afkomen. Allerlei voorwerpen en takken vliegen door de lucht. Ik probeer nog harder te trappen en tot mijn verbazing lukt het opeens om de trappers razendsnel rond te draaien.
Een fractie later realiseer ik me dat ik geen weerstand van de weg meer heb, maar aan het luchtfietsen ben.
Ik word opgetild, van links naar rechts rondgeslingerd en steeds hoger en hoger in de cycloon meegezogen, zelfs tot boven de bomen.
Ondanks de paniek realiseer ik me dat het over enkele seconden afgelopen is met mijn leuke leventje. En dat alleen maar omdat ik mij vanavond heb opgeofferd voor het milieu om wat CO2 uitstoot te besparen.
Ik blijf zweven over bomen en velden, over tuinen, huizen, sloten en wegen. Ik begin er zelfs van te genieten, omdat ik nog in de laatste minuten van mij leventje zoiets onbeschijfelijks mag meemaken. Nog even genieten en dan stort ik zo meteen van grote hoogte ter aarde en is alles voorgoed voorbij. Maar de val blijft uit; ik voel me een beetje als het ruimtemannetje ET, uit de gelijknamige film.

Ik heb geen idee van de tijd. Zweef ik nu één of tien minuten door de lucht, of misschien nog langer? Van mij mag het nog een tijdje doorgaan, want ik zit op mijn fietsje met verbazing te kijken naar de wereld onder me.
Maar dan voel ik de kracht van de slurf verminderen. Ik raak buiten de draaikolk en merk dat ik ga zakken. Steeds sneller gaat mijn val. Ik sluit mijn ogen en wacht op de donderende klap.
Dan voel ik op mijn lichaam links en rechts flinke tikken en dreunen. Zal ik nu in de hemel zijn? Langzaam doe ik mijn ogen open en zie dat ik met mijn trouwe vriend de fiets boven in een boom lig.
Waar ben ik terecht gekomen? Ik kijk om me heen en zie tuinen en huizen. Die tuin met vijver onder me komt me bekend voor en het huis ook. Verdraaid nog aan toe, ik lig op mijn eigen treurwilg. Niet te geloven.
“Linda, help me!”, roep ik meerdere keren naar beneden, maar er komt geen reactie. Logisch natuurlijk, door het lawaai van de storm en regen.

Dan krijg ik een lumineus idee. Ik grijp de fiets en gooi hem naar beneden tegen de achtergevel. Er sneuvelt een ruit, waardoor mijn vrouw op het lawaai afkomt. Dankzij een schuiftrap uit mijn eigen schuur wordt snel gered.

Het blijkt dat ik toch veel vlugger thuis ben dan ik had gedacht.

29-01-2021