Hfdst. 6. Het kleine manneke (deel 2)


Vorige week maakten we kennis met Johnny Slachtman, het kleine manneke. Ik had grote bewondering voor hem vanwege zijn vrolijkheid en levensvreugde ondanks zijn handicap.


Omdat ik nieuwsgierig was geworden waardoor hij gehandicapt was, vroeg ik: ‘Had je dat al vanaf je geboorte, ik bedoel het gemis van je benen?’
‘Nee, nee. Zeven jaar geleden een auto-ongeluk gehad. Een vrachtwagen kwam aan de verkeerde kant van de weg en boorde in mijn autootje. Heb er niks van gemerkt. Toen ik bijkwam, waren mijn benen geamputeerd.’
‘Wat verschrikkelijk moet dat zijn geweest.’
‘Valt wel mee, hoor. Je schrikt even, maar het went snel. Ik kan nog van alles. Ik ben ICT-specialist en help online computerproblemen oplossen, ik bouw websites voor particulieren en bedrijven en onderhoud ze. En ik kan nog altijd lekker sporten. Zelfs hardlopen, wat ik vroeger ook altijd deed.’
‘Hardlopen? Werkelijk? Hoe doe je dat dan?’

‘Ik heb van die mooie blades; ijzeren veerpoten, noem ik ze, hahaha. Ik doe mee aan hardloopwedstrijden. Ook speel ik

rolstoelbasketbal. Dat is altijd lachen met dat geduw en getrek van die gehandicapte malloten, hahaha.


Nu moest ik toch ook wel meelachen, al was het wat zuinigjes, want erg uitbundig lachen vond ik toch niet gepast onder deze omstandigheden.
‘Wat goed om dat allemaal nog te kunnen doen.’
‘Ik vind het gewoon leuk. Maar we moeten nu maar het eens gaan hebben over de woning, vindt u ook niet?’
‘Ja, prima. Maar je mag mij ook wel tutoyeren, hoor.’
‘Ik hou het toch liever op u. Zo ben ik opgevoed.’
‘Oké, dan. Dus je wilt dit huis verkopen?’
‘Zeker, ik wil naar een royale flat verhuizen. Het wordt hier beneden te klein. Voor mijn computerbedrijfje moet ik te vaak de traplift gebruiken om naar mijn werkkamer te gaan. Zo’n lift is prima voor oudere mensen met stramme benen of artroseknieën, maar niet voor mij. Tijd is geld, hè? Maar genoeg gezwetst over mij. Aan het werk nu, mijnheer de makelaar. Ik stel voor dat u zelf even boven gaat kijken. Dat kunt u vast wel zonder mij, toch?
 

Tweepersoonsbed

Boven trof ik een keurig opgeruimde verdieping aan. Het bestond uit een slaapkamer met tweepersoonsbed dat keurig was opgemaakt en een werkkamer met verschillende apparatuur, grote hoeveelheden cd’s, dvd’s, video’s en computerboeken. Duidelijk het werkterrein van Johnny. Ook was er nog een nette doucheruimte met toilet.
Het was duidelijk dat de man een werkster had, want hier was een vrouwenhand bezig geweest. Alleen het kantoortje was nogal rommelig. Daar mocht de werkster natuurlijk niet komen met al die dure apparatuur.


Weer beneden gekomen, bespraken we de koopsom, vraagprijs en overige condities. Zonder enige terughoudendheid ging Johnny akkoord en mocht ik met de verkoop starten.
‘Nog wat,’ begon de verkoper, nadat alles was rondgemaakt. ‘Ik wil ook graag met u praten over de aankoop van een flat.’
‘Heel graag,’ bevestigde ik en ik begon de mogelijkheden te bespreken.
‘Alles goed en wel,’ viel hij me in de rede, ‘maar de flat moet natuurlijk wel een lift hebben en naast een royale woonkamer wil ik een ruime slaapkamer, geschikt voor mijn tweepersoonsbed, een computerruimte en een aparte kinderkamer.’

Ik steigerde van verbazing. Wat moest deze invalide man nu met een tweepersoons bed en een kinderkamer?

10-06-2019

(wordt vervolgd)