De goocheltruc

‘Paps, ik heb vannacht bezoek gehad.’
‘Hoe kan dat nou? ’s Nacht slaap je toch?’
‘Jawel, maar er hebben een stel hamsters op bed voor me gedanst en gezongen.’
’Oh, dus je hebt gedroomd.’
‘Nee hoor, ze waren echt, en ze waren heel lief voor me. Mag ik met mijn verjaardag een paar hamsters?’
‘Maar hamstertjes kunnen echt niet dansen en zingen, lieve jongen.’
‘Misschien niet, maar mag ik ze?’
‘Vraag maar aan je moeder.’
‘Van mams mag het vast niet. Die wil geen dieren in huis.’
‘Dan kan het helaas niet doorgaan, Fredje.’
‘Jammer. Mag ik dan een toverdoos voor mijn verjaardag?’
‘Natuurlijk. Dat is wat anders.’

En dus krijgt Fredje op zijn verjaardag een mooie goocheldoos. Diezelfde ochtend nog gaat hij op zijn kamer oefenen en ’s middags doet hij zijn eerste goocheltrucjes. Maar helaas mislukten ze allemaal. Alle ooms, tantes, neefjes en nichtjes lachen hem uit.
Vertwijfeld roept hij uit: ‘Ik kan heus wel toveren, hoor. Mag ik nog één trucje proberen? Als ik nou een paar hamstertjes tevoorschijn kan toveren, mag ik die dan houden, mams?’
Moeder vindt het prima, want dat gaat natuurlijk ook niet lukken, dacht ze. 

Maar Fredje had zich er goed op voorbereid. Hij pakt een hoge hoed uit de trukendoos, laat stiekem twee hamsters uit zijn toverjas erin glijden, doet er vlug een doek overheen en roept luid en plechtig: ‘Sim sala bim pilatus pats.’
Met een grote zwaai trekt hij de doek van de hoed en laat trots de hamsters naar boven kruipen.

Algeheel gejuich, gelach en applaus zijn nu zijn deel, maar ook een gil. Het is een angstkreet van zijn moeder.
‘Eerlijk is eerlijk,’ lacht vader, ‘je hebt het beloofd.’
‘Zien jullie wel dat ik kan toveren?, roept Fredje vol trots.
‘Hoe moet dat nou? Waar moeten die enge beesten bewaard worden?’, probeert moeder nog. Maar daar had Fred ook al aan gedacht. Uit een kast haalt hij een prachtige kooi met attributen tevoorschijn.


19-04-14