Hoofdstuk 1.2: De idioot


Vorige week vertelde ik over mijn vermoeiende avond, en hoe ik in mijn stamkroeg naast een irritante buurman terechtkwam.

Helaas, mijn harde vuistslag op de bar maakte geen enkele indruk op de kletsmajoor. Hij vervolgde stoïcijns: ‘Denk nou eens na, mister. U bent een ervaren makelaar en ik doe taxaties en verzekeringswerk voor een woningcorporatie. Een perfecte combinatie om samen een kantoor op te zetten.’
‘Laat me niet lachen, kerel. Dan zouden we beiden onze baan moeten opzeggen.’
‘Dat zult u niet erg vinden, lijkt mij,’ ging hij verder.
‘En waarom die conclusie?’
 ‘Heel simpel, mister. U werkt tot ’s avonds laat uzelf uit de naad voor een karig loontje. Als zelfstandig makelaar houd je de hele winst in eigen zak.’
‘Dat is wel zo, maar ik moet dan een klantenkring opbouwen, een eigen kantoor zoeken, een secretaresse hebben. Kost allemaal handen vol geld. En ik mis de eerste tijd inkomsten. Nee, vergeet het.’
‘Daar kan ik allemaal voor zorgen, mister. Trouwens, u bent niet getrouwd, dus geen verplichtingen voor een gezinnetje.’
‘Hoe weet u dat nou weer?’
‘Dat is toch logisch. Als u een partner hebt, was u na een zware dag als vandaag wel meteen naar huis gegaan. Bovendien hebt u geen ring aan de vingers, mister.’

Ik werd steeds moeier door dat gedram van mijn buurman.
‘U irriteert mij met mij te analyseren, beste man en ook met dat stompzinnige mistergedoe.’
‘Sorry, maar dat komt omdat ik uw naam niet ken, mister. Trouwens, ik heet Hendrik Drukmans.’
‘Bert Brink,’ reageerde ik met tegenzin.‘
‘Aangenaam, Bert. Trouwens heb ik je al verteld dat jij …’
‘Hou op, man,’ onderbrak ik. ‘Ik wil niks meer van je horen. Ik word doodziek van dat geraaskal. Ik ga naar huis.’‘Ik ben nog niet klaar met mijn voorstel, Bert. Die twijfels over een klantenkring, een kantoor en je inkomen zijn geen enkel probleem en een secretaresse evenmin.’
‘Stop verdomme nou eens met die luchtfietserij.’

Ik kon net zo goed tegen een muur praten, want zonder aandacht voor mijn woorden, ging hij verder: ‘Als wij gaan samenwerken, kan ik direct al voor een klantenkring zorgen. Mijn vader heeft een assurantiekantoor. Hij wil ermee stoppen wegens ernstige gezondheidsproblemen en hij wil graag dat ik het bedrijf voortzet. Een kantoor is aanwezig met assistente. En zolang het in de makelaardij nog rustig is, kan ik best jouw hulp gebruiken. Zo kunnen we mooi samenwerken, gewoon op fifty-fiftybasis. Inkomen gegarandeerd.’
‘Je denkt toch niet dat die klanten op mij zitten te wachten? ’ probeerde ik tegen te werpen. ‘Nee, ik zie er niets in.’

Ik wilde naar huis en stond op om weg te gaan.
’Ho, ho, Bert, wacht nou even.’
De idioot pakte me stevig bij mijn arm en trok me hardhandig terug op mijn barkruk.
‘Hé, laat me los, gek’ riep ik getergd, terwijl ik me probeerde los te rukken.

Volgende week deel 1.3: (Shelock Holmes)