Zwart geld             Deel 3: Afrekening?             

De twee mafiosi tegenover mij wilden hun zwarte geld wit wassen door via mij beleggingspanden aan te kopen. Ze beloofden me gouden bergen, maar ondertussen zat ik in een linke situatie. Hoe kon ik fatsoenlijk en zonder gevaar voor eigen leven  van ze afkomen?

De volgende ochtend vertelde ik mijn belevenissen aan partner Hendrik.
‘Dat is foute boel Bert. Het zijn zware criminelen. We moeten de politie inschakelen.'

‘Ben je besodemieterd. En dan een kogel door mijn kop krijgen?
Dank je de koekoek. Ik probeer ze wel af te poeieren.’
‘En jij denkt dat zoiets lukt? Die lui gaan met je afrekenen. Ik vrees dat je in grote problemen zit, Bert.’

‘Misschien heb ik een plan. Ze denken dat ik geen telefoonnummer van ze heb, maar Linda heeft het genoteerd. Ik bel ze en zeg dat jij nog twijfelt en dat ik ze later nog zal terugbellen.’
‘Lekker zeg, dan ben ik de kop van jut. Dat doe je niet, hoor.’
‘Je hebt gelijk. Dat lijkt me inderdaad niets. Misschien kan ik zeggen dat ik hun plan met een collega heb besproken die wèl interesse heeft. Die zogenaamde makelaar is dan mijn beveiliger.’
‘Jouw beveiliger? Laat me niet lachen. Dat kan toch niet?’
‘Denk eens na, Hendrik. Als ik bel, weten ze dat ik hun telefoonnummer heb en dat, behalve jij en ik, ook nog een ander van hun praktijken af weet. Dan zullen ze wel twee keer nadenken voor ze voor een afrekening terugkomen.’
‘Veel succes ermee.’  

Een uurtje later belde ik naar de Amsterdamse broers en vertelde dat we er niet op in konden gaan, omdat ons kantoor lid is van de NVM en we ons lidmaatschap kunnen verliezen. 
‘Jij bent stom bezig, mannetje. Wat kan jou dat idiote Makelaarsclubje schelen? Dat is maar één grote poppenkast. Die lui daar krijgen allemaal dikke salarissen van jullie hoge contributies. Je had in een mum van tijd stinkend rijk kunnen worden. Je bent een grote sufferd, een uilskuiken,’ was het agressieve antwoord. ‘Maar ik pik dit niet, weet je dat?’ 

Dat was nou net waar ik al voor gevreesd had. Nu moest ik mijn troef uitspelen: ‘Ik heb vanochtend met een collega-makelaar gesproken. Die voelde er wel wat voor. Als je het goed vindt, zal ik hem laten bellen.’ 
‘Jij stommeling. Blijf maar lekker sappelen met je kantoortje. Ik vind voor jou en die collega wel een ander. Er zijn genoeg liefhebbers die wel rijk willen worden. Trouwens, de verkoop van dat flatje gaat natuurlijk niet door.’ 
De man verbrak de verbinding zonder gedag te zeggen. Maar dat was mijn minste probleem. Ik merkte ineens dat ik drijfnat was van de spanning. Aan de ene kant was ik pgelucht, maar ook was ik onzeker over mijn toekomst, of ze mogelijk nog wraak gaan nemen. 
Maar mijn toekomst zou er nog beroerder uit hebben gezien als ik met dergelijke figuren in zee was gegaan. 
 

‘Gefeliciteerd, Bert,’ steunde Hendrik me. ‘Je hebt mooi met ze afgerekend. Je bent ontsnapt aan een groot probleem, misschien wel een echte afrekening.’ 
‘Ik ben dolblij dat ik van ze af ben, hoewel ik geen bewijs heb dat het zo is. 
‘Zullen we het vanavond maar eens gaan vieren door een drankje te gaan nemen?’
'Doen we.’
'Ik wil ook mee feestvieren,’ onderbrak Linda het gesprek. ‘Zullen we dan weer eens naar ons kroegje De Rode Markt gaan?’
‘Goed idee. Kunnen we mooie herinneringen ophalen.'
’Laten we dan gezellig met het hele kantoor gaan,’ was het voorstel van Hendrik.
Zo werd een spannende dag met een onverwacht kantooruitje afgesloten, waarbij gelijktijdig aan teambuilding werd gedaan.

22-04-2018