Wispelturige tortelduifjes              


‘Wat een leuk stel’, dacht ik tijdens het eerste gesprek met Josine en Anton. Ze kwamen op kantoor om te praten over aankoop van een woning.
Zij een prachtige, ranke jongedame met lang, donkerbruin, golvend haar, glinsterende helderblauwe ogen en met een open blik en hij stevig van postuur, als van een regelmatige sportschoolbezoeker, met een zongebruind uiterlijk. Beiden hadden een vrolijke lach en ze waren duidelijk stapelverliefd op elkaar.

Het werd een fijn contact en na een aantal bezichtigingen slaagden we erin een mooie woning aan te kopen. Ik was zeer tevreden dat ik het span gelukkig had kunnen maken met hun aanwinst.

Amper twee jaar later kwam het koppel weer op kantoor, maar de lach was verdwenen.
‘Wij komen vragen de woning voor ons te verkopen,’ startte Anton het gesprek.
‘Is er iets ernstigs gebeurd?’, was mijn bezorgde vraag.
‘We hebben besloten uit elkaar gaan.’
‘Wat?, riep ik verbaasd. ‘Dat meen je toch niet?’
‘Toch wel; we zijn tot de conclusie gekomen dat we niet bij elkaar
passen,’ viel Josine in.
‘Hoe kan dat nou? Ik vond jullie zo’n leuk en gezellig stel en jullie waren zo verliefd op elkaar. Dit kan toch niet in die korte tijd zo veranderd zijn?’

‘We ergeren ons steeds meer aan elkaar,’ vulde de jongedame aan.
‘Ja, zoals dat gesnurk van jou ’s nachts. Vreselijk irritant is dat.’
‘Hou eens op,’ reageerde de vrouw nu venijnig. ‘Jij slurpt altijd als je koffie of thee drinkt. Dat is nog irritanter.’
‘Wat denk je dan van die lange haren die je na het douchen in het afvoerbakje laat zitten? Moet ik altijd verwijderen.’
‘En ik mag bijna dagelijks je sokken en ondergoed van de grond pakken om in de wasmand te doen.’
‘Ja, ja, en jij …’
‘Stop,’ onderbrak ik bruusk.
Het ging er ineens nogal heftig aan toe tussen die twee tortelduifjes.
‘Hoor toch eens wat jullie allemaal uitkramen. Dit is toch belachelijk om door zulke akkefietjes uit elkaar te gaan. Hebben jullie die beuzelarijtjes wel eens goed met elkaar besproken?’, reageerde ik als een boze vader tegen zijn stoute kinderen.

‘Voordat ik de woning in verkoop neem, wil ik graag dat jullie thuis eerst eens op papier gaan zetten wat je aan de ander zo ergert, maar ook wat je in elkaar waardeert en spreek het eens goed uit. Daarna komen jullie nog maar eens terug om me te vertellen of ik de woning nog moet verkopen.’

Ik geloof dat ze een beetje schrokken van mijn optreden, maar ze beloofden met elkaar te gaan praten. Het kon natuurlijk zijn dat ze na deze schrobbering meteen naar een andere makelaar zouden stappen, maar dat moest ik maar gokken.
‘Trouwens,’ voegde ik ze bij het afscheid nog lachend toe, ‘weet je dat ik ook kennelijk flink kan snurken? Maar mijn vrouw vindt het helemaal niet erg, zegt ze. Want dan weet ze dat ik heerlijk in dromenland vertoef.’
Gelukkig verscheen er weer een klein lachje op de beide gezichten.

Een weekje later waren de beide ruziemakers weer terug op mijn kantoor. Deze keer weer vrolijk lachend.
Met het overhandigen van een mooie bos bloemen bedankten de wispelturige tortelduifjes me voor de goede adviezen. Behalve het boeketje had ik er niets aan overgehouden. Jammer voor mijn jaaromzet, maar dat had ik er graag voor over.
Maar ach, de grootste pechvogel was feitelijk de fiscus (haha).
Ga maar na: behalve dat ze geen overdrachtsbelasting (6 % van de koopsom) en inkomstenbelasting (50 % over de notariskosten) ontvingen, miste de fiscus ook BTW van 21 % en minimaal 40 % andere heffingen van de courtage.

Voor een hardwerkende makelaar blijft er van de makelaarskosten dus nog geen 40 % over.
Droevig toch?

28-09-2020