De Afperser (deel 1 van 3)


Het object dat ik in verkoop had gekregen van de aimabele Victor Bleikink was best bijzonder. Het bestond uit een bedrijfshal met afzonderlijke woning op een groot perceel met eigen parkeerplaatsen en mogelijkheid om flink uit te breiden. Vraagprijs achthonderdduizend euro.
De eigenaar had al rechtstreeks een gegadigde gehad, maar die wilde zonder afdingen het object in delen aankopen. De man had voorgesteld eerst de woning te kopen voor vierhonderdduizend euro en daarna jaarlijks het restant in vier termijnen over te nemen met betalingen van vier maal honderdduizend euro.

Met dit verhaal kwam Bleikink bij mij op kantoor en vertelde erbij dat hij naar Drenthe wilde verhuizen en daar voor vierhonderdduizend euro best iets moois kon terugkopen. Maar hij twijfelde.
‘Heel verstandig dat u het afgewezen hebt, heer Bleikink,’ bevestigde ik. ‘Er zitten nogal wat gevaarlijke kanten aan dit vreemde voorstel. Stel dat de man failliet gaat of niet meer betaalt, dan zit u met een mede-eigenaar opgescheept die niet gewenst is. Maar ook kan de koper een wietplantage in de bedrijfsruimte beginnen. Dan bent u daar aansprakelijk voor. Trouwens, ik vraag me af of het allemaal juridisch mogelijk is.’
‘Jeminee, dat is foute boel dus,’ reageerde Bleikink geschrokken en hij wilde dat ik het object meteen in de verkoop nam. 


In gebrekestelling

Korte tijd daarna meldde zich een koper die de vraagprijs zonder bezichtiging wilde betalen. Het koopcontract werd opgemaakt en verkoper Bleikink tekende, zoals de wet het voorschrijft, als eerste de akte, waarna deze naar koper werd doorgestuurd.

Enkele dagen later kreeg ik een hevig geëmotioneerde Bleiking aan de telefoon.
‘Verschrikkelijk wat me nu is overkomen,’ begon hij gespannen. ‘De koper is dezelfde persoon als de man die eerder in termijnen wilde betalen.’
‘Nou ja,’ probeerde ik hem gerust te stellen, ‘als hij gewoon zijn verplichtingen nakomt, bent u op een gegeven moment van het pand af en hebt u de koopsom op uw bankrekening.’
‘Was het maar waar. Hij wil me afpersen.’
‘Afpersen? Hoe kan dat nou?’
‘Hij vroeg mij wat het me waard is om de koopovereenkomst ongedaan te maken.’
'Ongedaan maken? Als hij niet wil, gaat de verkoop gewoon niet door. Punt uit.’
‘Nee, nee, meneer Bregt, hij stelt nu dat hij mijn pand wil kopen, maar alleen op de eerder gestelde voorwaarden.’
‘Maar dat is helemaal niet mogelijk. Niet u, maar híj is in gebreke.’
‘Was het maar zo simpel. Hij stelt keihard dat ik getekend heb en mij in gebreke wil stellen als ik geen tachtigduizend euro boete aan hem betaal.’
‘Dit is belachelijk, beste Bleikink.’
‘Kan wel zijn, maar hij dreigt met een proces dat jaren kan duren en in die tijd kan ik mijn object niet verkopen, zegt hij.’
‘Ik kan me niet voorstellen hoe hij dat wil klaarspelen. Óf hij tekent het contract, en dan is hij er aan gebonden, óf hij tekent niet, en dan bent u er op een gegeven moment weer helemaal vrij mee.’
‘Dat dacht ik ook, ja. Maar wat moet ik nu doen?’
‘Laat dat maar aan mij over. Je hebt tenslotte niet voor niets mij als makelaar ingeschakeld.’

Probleem was wel dat ik nog totaal niet wist hoe ik deze kwestie moest aanpakken.

07-10-2019