Littekens

Als jochie van twaalf werd hij door zijn vrienden Graatje genoemd. Het was een lange slungel en mager als visgraat. Hij had één grote hobby, namelijk voetballen, met name ballen tegenhouden die zijn vriendjes op hem afvuurden.

Het bijzondere was dat het hem niet uitmaakte of er gevoetbald werd op een grasveldje of op straat. Hij dook naar elke bal die op hem afkwam. En of hij een lange broek aan had, of met blote knieën keepte, maakte evenmin uit.
Het gevolg was dat hij steeds weer met kapotte knieën thuiskwam.
Zijn moeder werd wanhopig van de gescheurde broeken die gelapt moesten worden en de wonden die verzorging behoefden. Ze kon boos worden, verbieden om te voetballen, straf geven, niets hielp.

Het ging maar door, totdat Graatje op een echte voetbalclub mocht, onder voorwaarde dat hij niet meer op straat zou keepen.
Toen werd het echt serieus. Als het even kon ging hij tijdens de trainingen onder de lat staan. Alleen, de coach van het team had al een andere knaap als doelman. Graatje werd tegen zijn zin in als linkshalf opgesteld. De jongen had al het plan om naar een andere club te gaan, toen het geluk hem toelachte. Zijn concurrent raakte geblesseerd en er moest een andere keeper komen.
Direct na zijn invalbeurt onderscheidde hij zich al door een penalty uit de hoek te stompen en daarna nog een paar mooie reddingen te verrichten. De wedstrijd werd nipt gewonnen en zijn teamgenoten renden na afloop op hem af. Het was de opmaat naar een jarenlange, sportieve en succesvolle keeperscarrière.

Het lijkt het verhaal van een vreemde knaap. Ik moet bekennen, beste lezer, die rare jongen was ik in eigen persoon. Tientallen jaren later zijn nog altijd de littekens op mijn knieën te zien.

20-11-2017