Broederoorlog (Deel 1)

Onverwachts kreeg ik een bijzonder object in de verkoop. Op een receptie had ik kennis gemaakt met een man uit Groningen, Gerard Draagsman. Gevraagd naar mijn beroep, vertelde hij op zoek te zijn naar een makelaar, omdat hij onlangs uit een nalatenschap van zijn ouders een vrijstaande woning met grote loods op ruim één hectare grond had geërfd. Het lag op zo’n tien kilometer van de stad waar ik als makelaar gevestigd was.
Een paar dagen later ontmoette ik, volgens afspraak, de Groninger met vrouw bij het object. Tijdens de rondleiding vertelde Draagsman dat hij nog een broer had.
‘Maar,’ zo sprak hij ineens fel, ‘die heeft niets met de verkoop te maken. Ik heb van mijn vader namelijk een volmacht gekregen om te doen met het object wat ik wil. Ik wil het verkopen, terwijl mijn broer de loods en het terrein wil gebruiken voor opslag van caravans. Hij mag zich daarom in geen geval met de verkoop bemoeien.’
‘Maar, mijnheer Draagsman,’ was mijn voorzichtige tegenwerping, ‘uw broer moet wel meewerken aan een verkoop.’
‘Dat zal de notaris te zijner tijd wel regelen. Het belangrijkste is dat hij niets van de verkoop mag afweten. Anders is hij in staat om een transactie te frustreren. Bovendien kan hij ontzettend lastig en agressief zijn. Maar ik zorg er wel voor dat het goed komt.’
Ik bedacht dat deze aanpak wel eens de nodige perikelen kon opleveren, maar omdat hij mij verzekerde dat hij persoonlijk voor een goed verloop zou zorgen, liet ik het maar over me heen komen. Mevrouw Draagsman legde er nog een schepje bovenop, door te beweren dat haar zwager altijd ruzie zoekt, heel brutaal en onbetrouwbaar is.

De verkoopopdracht werd simpel en snel geregeld. Met alles wat ik voorstelde ging de verkoper akkoord, zowel de vraagprijs van € 1.200.000,--, de courtage als verdere voorwaarden. Het enige was dat ik niets mocht bespreken met zijn broer. Het ging eigenlijk te gemakkelijk meende ik, maar ach, wat kon er fout gaan? Het was een mooie opdracht.

Een dag nadat het object op Funda was aangemeld, kwam een wat oudere, forse man op kantoor. Hij wilde praten over het betreffende object.
‘Mijn naam is Albert Draagsman,’ stelde hij zich voor.
Ik stond hem verstijfd aan te staren, waardoor hij meteen verder ging met: ‘U begrijpt waarvoor ik kom?’
‘Ik vrees van wel, mijnheer,’ stamelde ik. Dit is dus die gemene, brutale en onbetrouwbare broer. Ik bereidde me op het ergste voor.
‘Hahaha,’ lachte de man uitbundig. ‘Ik zie dat u schrikt, maar u hoeft nergens voor te vrezen, hoor. Ik wil alleen even komen praten over het pand van mijn broer en mij. Ik heb gezien dat het bij u in de verkoop staat.’
‘Inderdaad, maar ik mag er niet met u over praten.’
‘Dat weet ik. Hij heeft het al eerder bij een plaatselijk woningbureautje in de verkoop gehad. Geen makelaar, hoor, maar die mocht ook niets zeggen.  Mijn broer heeft de opdracht daar weer ingetrokken. Ik vermoed wel waarom, maar daar wil ik het nu niet over hebben.’
‘U wilt het niet verkopen, maar gebruiken voor caravanstalling, toch?’
‘Nee hoor, dat verzint hij maar.’
’Wat vreemd.’
‘Precies; maar het feit is dat we al enige tijd gebrouilleerd zijn en hij me overal buiten wil houden.’
‘Vervelend hoor, maar wat moet ik daarmee?’
‘Haha. Het berust gewoon op een eenvoudig misverstandje.’

Ik zou echter al snel merken dat er wel wat meer aan de hand was dan een simpel misverstandje. 

      25-05-2020

      Volgende week deel 2 (De billenknijper)