Broederoorlog 

                                            Deel 2: De billenknijper

De gebroeders Draagsman hadden uit een erfenis een vrijstaande woning met loods geërfd, dat ik in de verkoop kreeg in opdracht van Gerrit Draagsman uit Groningen.

Een groot probleem was echter dat diens broer Albert zich absoluut niet mocht bemoeien met de verkoop. Maar dat lukte dus niet, want in een mum van tijd stond deze voor mijn neus.

 

Albert Draagsman had weliswaar tegen mij beweerd dat de ruzie op een misverstand berustte, maar ik kwam er al snel achter dat het meer was dan een eenoudig misverstand.

Hij vertelde mij dat hij aan zijn broer had voorgesteld om, zolang de loods leeg stond, daar een paar caravans te stallen. Namelijk zijn eigen caravan, die van zijn zoon en van zijn buurman. Het leek hem wel handig om die sleurhutten, zoals hij ze noemde, daar een tijdje neer te zetten.
'Maar mijn broer wil dat niet omdat zijn vrouw mij niet mag,' ging hij verder.’
‘Als het een eenvoudig misverstand is, kan het contact met de familie toch wel hersteld worden?’
‘Ik vrees van niet, jongeman. Ik heb het geprobeerd, maar ze willen niets meer met mij te maken hebben. En dat allemaal omdat ik haar ooit een paar keer in haar billetjes heb geknepen, hahaha.'
'En dat vond ze niet zo leuk?'
'Jawel hoor. Ze deed zelf ook stoute dingetjes, totdat mijn broer mijn bilcontact een keer zag gebeuren. Meteen kreeg ik van haar een enorme pets in mijn gezicht.’
'Tjeetje, dat is andere koek.'
‘Ja, ja, billenkoek, hahaha.’
De man had nog altijd flink plezier om zijn kwajongensstreek nu hij er weer aan terugdacht. Maar daar schoot ik natuurlijk niets mee op.
'Wat vindt uw vrouw eigenlijk van de situatie?'
'Die heb ik niet, jongeman. Ik vind vrouwen veel te ingewikkeld.'
‘Dit gesprek vind ik eigenlijk niet zo leuk, mijnheer Draagsman, want ik zit nu tussen twee vuren. Wat raadt u mij aan?’
‘Je hoeft tegen mijn broer niets over onze ontmoeting te zeggen, toch? Dit gesprek heeft gewoon niet plaatsgevonden. Oké? Maar wil je me wel op hoogte houden?'

Na het afscheid van André Draagsman had ik een totaal andere indruk van zogenaamde boze broer. Het bleek best een aardige vent, maar ook een belhamel op leeftijd met zijn billenknijperij. Intussen zat ik wel met een probleem opgezadeld. Wat moest ik tegen de andere Draagsman zeggen? Ik besloot om gewoon door te gaan met de verkoopactiviteiten en de verkoper zo weinig mogelijk te informeren. Helaas was dat de verkeerde keuze.


Na twee weken belde Groningse Draagsman met de vraag hoe de zaak er voor stond.
Ik vertelde dat er nog niet veel gebeurd was.
‘Maar ik wil dat u mij vaker informeert. Wel of geen nieuws maakt niet uit,’ mopperde de man. ‘Trouwens, hebt u nog wat van mijn broer gehoord?’
Oei, dit was nou net, waar ik het niet over wilde hebben.
‘Nee hoor …; nou ja, dat wil zeggen …,’ stamelde ik.
‘Dus wel. Ik heb toch gezegd dat ik dat niet wil.’
‘Dat weet ik, maar hij stond ineens op mijn kantoor. Hij had het op Funda zien staan.’
‘En toen hebt u hem natuurlijk de deur gewezen?’
‘Dat ging moeilijk, want uw broer begon meteen over het pand te praten.’
‘Ziet u wel, hoe brutaal die man is? Ik wil dat u absoluut geen contact meer met hem opneemt.’
‘Maar, mijnheer Draagsman, u had gezegd dat hij niet wil verkopen; maar dat wil hij wèl.’
‘U kent hem niet. Neem van mij aan dat hij de zaak wil boycotten.’
‘Maar waarom dan? Hij wil gewoon meewerken aan de verkoop.’
‘Vergeet het maar. Hij gaat absoluut geen koopcontract tekenen.’
Van dit gesprek had ik een flinke kater overgehouden. Het probleem was nu nog complexer geworden. De periode daarna heb ik minimaal één maal per week naar Groningen gebeld, met of zonder bijzonderheden.

Op een dag kreeg ik toch een prachtig bod van één miljoen euro. Ik was in de wolken en belde meteen naar de zogenaamd onwillige Albert Draagsman.
‘Geef maar meteen aan mijn broer door dat ik akkoord ga. Trouwens, ik wist het al, want ik ken de kopers en die hadden mij benaderd. Ik heb ze naar jou doorverwezen. Ik vraag me alleen af, of hij akkoord zal gaan, want hij heeft volgens mij andere plannen.’
Toen ik de opdrachtgever belde, kreeg ik een koude douche.

 
1-6-2020
Volgende week het slot (getiteld: Gerechtigheid)