Hoofdstuk 1.4: Proost !



Afgelopen maandag meldde ik dat ik genoot van de miskleun van mijn buurman, die beweerde dat de bardame Linda geen vriendje zou hebben. Hij had dus ongelijk.


Maar zonder aarzelen ging Hendrik Drukmans verder: ‘Toch kan het een ideale secretaresse voor ons kantoor zijn, Bert. Representatief, opgewekt, vriendelijk, humoristisch, en ook nog bijdehand.’

‘Zo, je hebt je bevindingen al weer klaar, hè?’
‘Vind jij van niet?’
’Je hebt gelijk; Ze is heel aantrekkelijk.’
 

Linda kwam achter de toog vandaan om enkele klanten te bedienen. We keken haar na om te zien naar wie ze toeging; wie ze ging kussen.
Ineens liep ze naar Hendrik toe, pakte hem stevig beet, gaf een vette zoen op zijn mond, trok hem van zijn kruk en legde hem met een judoworp plat op de grond.
‘Hé, wat … wat doe je nou?’ schreeuwde het slachtoffer, terwijl hij probeerde uit Linda’s judogreep los te komen.
‘Dat is toch duidelijk? Jij bent mijn vriend; voor even dan. Maar daar moet ook wat tegenover staan. Een soort penitentie voor mijn dikke smakkerd.’

Even later stond ze weer rustig bierglazen te spoelen.
‘Dus … dus je hebt geen vaste vriend?’ Nog steeds was Hendrik niet helemaal zichzelf, maar nadat hij opgekrabbeld was, begon hij te lachen.
‘Geweldig van je, jongedame. Weet je wat? Neem een drankje van mij. Dat heb je wel verdiend. En geef mijn buurman ook wat. Zelf wil ik een pilsje.’
‘Komt in orde, vriend van me,’ reageerde ze vrolijk.

Nadat de drankjes geserveerd waren, vroeg Hendrik: ‘Mag ik je nog wat vragen?’
‘Luister vriend, nou moet je niet lastig worden, anders kieper ik je de zaak uit.’
‘Nee, serieus. Zou jij interesse hebben om op een makelaarskantoor te werken?’
‘WHAAAT?’ Bijna tegelijk riepen Linda en ik hetzelfde.
‘Je moet geen geintjes met me uithalen, want ik houd er niet van om gepiepeld te worden. Je weet wat de gevolgen kunnen zijn.’
‘Wat?’ riep ik nogmaals. ‘Ben je nou helemaal besodemieterd. Er is nog helemaal niets en jij wilt al een secretaresse aannemen?’
‘Ja man, je moet je kans grijpen wanneer die er is.’
‘Vroeg u nou of ik op een makelaarskantoor wil werken? Lijkt me wel leuk.’
‘Goed. Je bent aangenomen, mits je ook verzekeringsklanten te woord wilt staan en wat administratief werk wilt doen.’
‘Ho, ho,’ interrumpeerde ik fel, ‘mag ik ook nog meebeslissen?’
‘Ik wist wel dat je met me wil samenwerken. Dus we nemen haar aan? Jij kunt haar misschien nog niet betalen, maar ik wel. Ik heb nog een parttime assistente nodig en jij kunt ook heel goed een secretaresse gebruiken.
‘Belachelijk. Je weet nog totaal niet of ze administratief werk aan kan.’
‘Jawel, joh. Ze is zo pienter. Dat komt wel goed.’
‘Ik weet niet. Wel weet ik, dat als ik met jou moet samenwerken, ik binnen de kortste tijd overspannen raak door jouw gedram. Maar oké ik waag het erop.’
‘Goed zo, Dat is dan geregeld.’
‘Ho, ho. Mag ik ook nog wat zeggen?’ reageerde de nieuwbakken secretaresse.
‘Je hebt toch aangegeven dat je wilt? Je hebt bij ons een veel regelmatiger leven, jongedame. En het is interessant werk. Dat is toch hartstikke leuk?’
‘Goed dan, ik ga het proberen, als het salaris redelijk is. Maar wel nog op één voorwaarde.’
‘En dat is?’
‘Dat je met je handen van me afblijft en jullie mij helpen bij het inwerken.’
Dat zijn twee voorwaarden. Maar je eisen zijn akkoord, vind je ook niet, Bert?
‘Goh, fijn dat ik ook wat mag zeggen.’
‘Je komt dus in dienst bij Bert en Hendrik Makelaardij en Verzekeringen, of zoiets, onder één voorwaarde.’
‘En dat is?’
‘Dat je mij nooit meer in de heupzwaai neemt. Hahaha’
Nu was het Hendriks beurt om hartelijk te lachen.

Enthousiast híef hij zijn glas omhoog: ‘Proost luitjes, op een vruchtbare samenwerking.’

 
11-02-2018