Hole in one

‘Wanneer word jij nou eens ceo, Pieter?’
‘Wat moet ik worden?’
’Ceo, ja! Ceo van je bedrijf!’
‘Oh, je bedoelt bestuurder. Nou dat zal niet gaan, liefje.’
‘En waarom niet? Als ik die duurbetaalde ceo’s en commissarissen op TV zie met hun gezwets, dan denk ik, dat kan jij allemaal veel beter.’
‘Ik heb toch een prima baan? Hoofd van de administratie.’
‘Dat is geen ceo.’
‘Nee, maar ik heb wel een aardig salaris. Bijna vijftigduizend is toch niet niks?’
‘Die lui verdienen tien of twintig keer meer. En ik wil ook eens een gezellig beachhouse in Spanje, een fraaie bungalow in ’t Gooi en een leuk cabrioletje.’
‘Ik ook, maar om ceo te worden, moet je wel wat in je mars hebben.’
‘Oh ja? Wat dan?’
‘Nou, je moet bijvoorbeeld belangrijke beslissingen kunnen nemen en ...’
‘Ja, ja, zoals indertijd bij de fyra zeker, en dan miljarden over de balk gooien.’
‘Kan gebeuren. Maar die mannen moeten veel vergaderen, vaak tot ’s avonds laat.’
’Laat me niet lachen. In nachtclubs ja, met een Pina Colada of een andere cocktailtje voor hun neus. Trouwens, jij werkt ’s avonds en in de weekenden toch ook vaak door?’
‘Dat is wel zo, maar ze hebben ook ander speciale eigenschappen.’
‘Ik weet het. Het zijn meestal van die oude, zeurderige wijze mannen. Maar er moeten meer jonge energieke kerels komen, zoals jij.’
‘Dat bedoel ik niet. Je moet een goed stel hersens en een sterk geheugen hebben.’
‘Dat is grote onzin, Pieter. Die heb jij ook. Trouwens, kijk eens naar al die parlementaire enquêtes, hoe dom ze vaak zijn. Ze liegen en bedriegen, zijn belangrijke zaken gewoon vergeten en geven de schuld altijd aan anderen.’
‘Ik wist niet dat je mij zo hoog inschat, liefje, maar het belangrijkste van ze is dat ze veel netwerken. Old boys, weet je wel. En dat is niets voor mij.’
‘Nou, dan moet je dat netwerken ook maar eens gaan doen.’
‘Ha ha, hoe had je dat gedacht?’
‘Simpel. Je gaat uitzoeken wat voor hobby’s je bazen hebben.’
‘Da’s niet zo moeilijk. Bijna iedereen in die kringen golft. En wat moet ik daar dan mee.’
‘Begrijp je het niet? Jij moet ook gaan golfen en wel op dezelfde tijden dat zij golfen. Dan kun je na afloop gezellig een borrel met ze gaan drinken.’

‘Ik golfen? Ik tennis liever.’
‘Dan ga je vanaf nu ook maar golfen. We gaan ons meteen aanmelden.’
‘Ons? Maar jij sport toch nooit?’
‘Vanaf nu wel. Ik ga jou helpen met je ceo-project. Niet alleen met golfen, maar ook met contacten maken. En dat zal mij best wel lukken.'
‘We moeten wel les gaan nemen.’
‘Tuurlijk. En als een van ons dan een hole in one scoort, kunnen we niet meer stuk bij die mannen, toch?’
‘Ha, ha. Een hole in one! Goed dan. Als je maar weet dat ik ook blijf tennissen.’
‘Yaeh! Op naar de green!.’

25-05-2015