Zwart geld          deel 2: Snel geld verdienen


Ineens zat ik tegenover twee indrukwekkende klerenkasten die mij via intimidatie
kennelijk onder druk wilden zetten om minder frisse zaakjes met ze te doen. Ten minste daar leek het sterk op.

 

‘Luister, beste man,' begon de bodubuilder met nadruk, 'mijn voorstel kun je niet weigeren. We hebben onlangs flink wat geld geërfd en we willen daarom een aantal beleggingspanden kopen. Hoeveel courtage vraag je?’
‘Het gebruikelijke tarief is afhankelijk van de koopsom, tussen anderhalf en twee procent’
‘Ik heb een geweldig plan voor je, vriend. Reken voor elke transactie maar vijf procent, waarvan één procent op papier, dan krijg je de rest zo in het handje. Dat scheelt een hoop belasting, jongen. Bovendien willen we ook een flink deel van de koopsom onder tafel betalen, begrijp je? Minstens dertig procent. Wat vind je ervan?’

Zoiets had ik al gedacht. Die twee wilden natuurlijk hun zwarte geld kwijt. Het zijn waarschijnlijk drugscriminelen, bedacht ik. Maar als je één keer op zo’n voorstel ingaat, hang je voor de rest van je leven. Dan grijpen zulke figuren je bij de strot en kom je nooit meer van ze los.
‘En voor een verkoper is het natuurlijk ook hartstikke lekker om cash geld te beuren,’ vulde hij als extra argument aan.
Dit laatste moest ik eigenlijk tegenspreken, want een verkoper heeft niets aan geld dat hij niet kan verantwoorden. Maar ik hield maar wijselijk mijn mond.

Hoe kon ik zonder problemen van die twee patsers afkomen? Dat lukt natuurlijk nooit zonder kleerscheuren als ik het voorstel plompverloren zou afwijzen? Mogelijk wordt dan de kantoorinventaris door die twee criminelen kort en klein geslagen, bedacht ik, of ze trekken me zo over tafel heen en word ik levend of dood in een hoek gedeponeerd.
De gedachte dat ik over een paar dagen onder de groene zoden kon liggen, leek me geen prettig vooruitzicht. Het enige wat ik voorlopig wist te bedenken, was ze aan het lijntje houden door de beslissing uit te stellen.
‘Heel aantrekkelijk,’ reageerde ik daarom, ‘maar ik moet het wel met mijn compagnon bespreken. Ik kan dat niet alleen beslissen.’
‘Wat?’ riep de Hulk nijdig, terwijl zijn vuist met een harde dreun op tafel belandde, gevolgd door een stevige vloek. ‘Ben jij dan *** niet de baas? Valt me vies tegen van je. Ik had wel gedacht dat je zelf kan beslissen.’
‘Mijn collega en ik zijn samen eigenaar van de zaak. Ik moet het dus wel bespreken.’
Om ze voorlopig tevreden te stemmen, vervolgde ik: ‘Ik denk wel dat hij het ook een mooi plan vindt. Ik bel er morgen over terug. Oké?’
’Nee, ik bel zelf wel.’
Natuurlijk, dacht ik. Ze willen hun telefoonnummer niet prijs geven.

Ik  bestefte dat het een hachelijke en levensgevaarlijke operatie kon worden om zonder schade van deze maffiosi af te komen.

(wordt vervolgd)