Hoofdstuk 3           Deel 2: Valse Bruno  

Gelukkig kon ik mij  net op tijd op het toilet in veiligheid brengen om aan de gevaarlijk, valse Bruno te ontkomen. Want die brave Bruno bleek niet zo braaf te zijn als gedacht.


Het positieve van mijn vluchtactie naar het toilet was, dat de bezoekers nu de gelegenheid hadden om snel het huis te verlaten. Maar daar zat ik dan met mijn goede gedrag, helemaal alleen opgesloten op een wc-pot.

Ik pakte mijn mobiel en belde naar kantoor. ‘Linda, ik zit hier opgesloten op een wc. Wil je mevrouw Pakkering bellen en vertellen dat ik op hun toilet zit en bedreigd wordt door hun hond? Ik kan er niet meer uit.’
‘Haha, laat me niet lachen, Bert. Dat is een leuke mop. Maar vertel eens waarvoor je écht belt.’
‘Ik meen het; ik ben serieus. Ik kan er niet meer uit door die valse rothond van hun.’
‘Je meent het echt, hè? Oké, ik bel meteen. Zodra ik haar gesproken heb, bel ik je terug.’

Even later kreeg ik het verlossende telefoontje: ‘Ze komt er direct aan, maar het kan wel even duren, want ze werkt buiten de stad.’
Ook dat nog. Er zat niets anders op dan op de pot te blijven zitten en wachten op de komst van de eigenares. De hond was nog steeds aan het blaffen en krabben tegen de toiletdeur.
Na een uurtje hoorde ik tot mijn grote opluchting de sleutel in het slot steken en werd de voordeur geopend. Ineens was het geblaf over.
‘Wilt u de hond alstublieft eerst in de woonkamer opsluiten,’ riep ik door de toiletdeur heen.
Even later werd ik bevrijd uit mijn tijdelijke gevangeniscel en kon ik weer normaal ademhalen.
‘Hoe kan dat nou?’ vroeg de vrouw verbaasd. ‘Wat hebt u met hem gedaan? Onze Bruno is nooit zo. Hij is altijd ontzettend lief tegen andere mensen.’
Het leek alsof mevrouw Pakkering met die woorden de schuld in mijn schoenen wilde schuiven.
‘Ik heb niets gedaan, hoor. Toen ik de kamerdeur opende, vloog hij op me af en ging woest tegen me opstaan. Bijzonder beangstigend, moet ik zeggen.’
‘Ik begrijp er niets van.’
‘Normaal bent u er natuurlijk altijd bij. Deze keer niet. Ik denk dat dát de reden is. Hij wilde zijn huis natuurlijk verdedigen.’
‘Ach, de lieverd. Ik zal Bruno even halen.’
‘Nee, nee, nee,’ riep ik angstig.
‘Ik zal hem aanlijnen en kijken of hij nu nog zo agressief is.’
Even later komt de vrouw met hond uit de kamer en tot mijn stomme verbazing komt het beest nu kwispelend naar me toe lopen. Niets geen geblaf, niets geen opgetrokken lip. De hond is nu weer gewoon vriendelijk, zoals tijdens de eerst ontmoeting.
‘Uw hond heeft inderdaad gedacht dat ik kwam inbreken. Een betere beveiliging kunt u niet hebben, mevrouw Pakkering.’
Heel voorzichtig stak ik mijn hand naar voren en begon de hond te aaien, wat hij rustig toeliet. Onbegrijpelijk.
‘Maar het houdt wel in dat ik voortaan alleen maar afspraken kan maken als u er bij bent. Ik hoop dan wel dat hij de kijkers ook met rust laat.’
‘Ik begrijp het.'
‘Ik ben trouwens bang dat de kandidaten niet meer erg geïnteresseerd zullen zijn.’

Op kantoor terug, had Linda de grootste lol.
‘Toch wel een goede mop, Bert. Vanavond heb ik bij een vriendin een verjaardagsfeestje. Kan ik mooi vertellen hoe mijn stoere baas op een toilet gevangen zat en het bijna in zijn broek deed van angst vanwege een hond, hahaha.’
‘Nou, ik kan er anders niet om lachen.’
‘Die hond mag jou kennelijk niet zo erg. En daar kan ik me wel wat bij voorstellen, haha’
Ik reageerde er maar niet op.