Hfdst. 9 De kenau  

(Deel 1:  Een fijne klik)

Soms ontmoet je mensen, waarmee je bij de eerste kennismaking een fijne, vertrouwelijke klik hebt. Zo iemand was de heer Petrussen, een oude baas met een sympathiek gezicht en een rijzig, sportief  figuur.

Op een ochtend meldde hij zich op kantoor en vroeg aan mijn assistente Linda om de makelaar. Zodoende zat ik even later met de man in de spreekkamer.
‘Mijnheer de makelaar,' begon hij zonder omhaal. 'ik wil mijn huis verkopen en heb dus een makelaar nodig. Ik heb er vanaf mijn geboorte gewoond. U  zult begrijpen dat dit voor mij een enorme stap is.’
‘Zeker begrijp ik dat. U hebt natuurlijk veel herinneringen die u achterlaat. Dat lijkt mij erg emotioneel.’
‘Precies mijnheer de makelaar. U  voelt mij helemaal aan, merk ik wel.’
‘Jawel, maar u hoeft mij niet mijnheer de makelaar te noemen, hoor. Ik heet gewoon Bert Brink.’
‘Ja, dat weet ik toch. U hebt uzelf zojuist al voorgesteld, haha. Oké, Bert dus. Maar dan moet je mij voortaan Otto noemen.
‘Ik zal mijn best doen, mijnheer Petr …, oh nee, ik bedoel: Otto.’
'Goed zo, hahaha,’ lachte hij voluit. ‘Maar ter zake, ik heb nog nooit zaken gedaan met een makelaar, dus ben ik op zoek gegaan naar een geschikt kantoor. En ik moet zeggen dat ik mijn keuze al gemaakt heb.’
‘Oh, dat is jammer,’ concludeerde ik, aannemende dat hij al een ander gekozen had.
‘Jammer? Waarom? Ik heb gekozen voor jou als mijn makelaar. Tenzij je mij niet  als klant wil natuurlijk. Haha.’

Het was duidelijk dat Petrussen een vrolijk figuur was en graag de nodige grappen maakte.
‘Maar we hebben nog niets besproken. Ik heb het pand nog niet gezien en we hebben het niet eens over de vraagprijs en courtage gehad.’
‘Maakt niet uit, beste Bert. Misschien dat je een paar centen duurder bent dan een ander, maar ik heb al een goede indruk van je gekregen en je lijkt me een deugdelijke vent. Daarom.’
‘Bedankt voor het compliment.'
'Het gaat mij niet om courtage of opbrengst, maar om vertrouwen en goede samenwerking. En ik weet nu al dat dit met jou prima in orde zal zijn. Toch? Alleen,' nu werd de man ineens erg serieus en op bijna fluisterende toon voegde hij er aan toe: ’als je bij mij in huis bent voor bezichtiging of zo, let dan niet op mijn vrouw. Laat haar maar gewoon begaan.’

'Hoe bedoel je dat, Otto?‘
'Ach, dat merk je vanzelf wel.'
Ik vroeg mij af of zijn vrouw misschien een zombie met rare gewoontes was, of wellicht een soort heks?
'Zullen we een afspraak maken om de woning te bekijken?’ onderbrak hij mijn gepeins.
'Het kan eventueel nu meteen,’ reageerde ik. Mijn nieuwsgierigheid naar die bijzondere vrouw van Otto was erg groot.
‘Zie je wel. Dat bedoel ik nou. Meteen in actie komen. Heel goed, Bert. Maar nogmaals: laat mijn vrouw maar praten.’


Even later ging ik dus op pad naar het opgegeven adres, benieuwd naar de geheimzinnige echtgenote van Otto.

19-08-2019

Wordt vervolgd
Volgende week: Een onaangename kennismaking.