Foute liefde (deel 1)

Ik was nog geen minuut bij de mooie Mirna Winkelmans binnen of ze begon hevig te huilen.
Als makelaar kom je soms vreemde situaties tegen en moet je niet alleen verstand hebben van huizen, maar ook kunnen optreden als sociaal werker, psycholoog, vredestichter en andere functies die niets met de huizenmarkt te maken hebben. Zo was het ook bij deze struise jongedame.

Toen ze de deur voor me opende, keek ze mij met twee doffe, droeve ogen aan.
‘Ja?’ was de korte kennismaking.
‘Mijn naam is Bert Berg. Ik kom vanwege de afspraak.’
‘Ik heb geen afspraak.’
De deur ging weer dicht, maar net op tijd kon ik mijn schoen er tussen zetten.
‘Ik heb een afspraak met mevrouw Winkelmans.’
‘Oh, u bent van de Sociale Dienst? Kom maar verder.’
Eenmaal binnen werd ik uitgenodigd te gaan zitten.
‘Koffie?’
‘Graag, maar ik wil even iets opmerken.’
‘U wilt melk en suiker.’
‘Dat bedoel ik niet, mevrouw, ik ben niet van de sociale dienst, maar makelaar. Ik kom vanwege de verkoop van de woning.’
De kopjes en schotels, vlogen door de lucht.
‘WHAAAT?’ Het was een schreeuw van schrik. Het volgende ogenblik liet ze zich in een stoel vallen en barstte in huilen uit.
Zoiets had ik nooit eerder beleefd: een vrouw die bij mijn komst spontaan in huilen uitbarst. ‘Heb ik iets verkeerds gezegd?’ stamelde ik. Ze gaf geen antwoord, maar bleef doorgrienen.
Ik probeerde de treurnis te doorbreken en vroeg: ‘Is er soms iets ernstigs gebeurd, mevrouw Winkelmans?’
Na wat geduldig wachten kalmeerde ze. ‘Ik huil omdat ik geen afspraak gemaakt heb.’
‘Vreemd is dat. Maar daar hoeft u toch niet over te treuren?’
‘Die afspraak heeft mijn ex-vriend gemaakt,’ stotterde ze. En opnieuw, maar nu nog heftiger, ging ze verder met haar huilbui.
 

De vijand

Ik probeerde haar met wat troostende woorden tot bedaren te brengen en dat hielp. Langzaam ging het huilen over in gesnik. Nadat ze wat gekalmeerd was, vroeg ik behoedzaam: ‘Komt hij er ook bij?’

‘Nee, de schoft is met een ander vertrokken naar India.’
‘Oh jee, het spijt me dat te horen.’
Ze snoot haar neus, rechtte haar rug en keek me plotseling met een paar felle ogen aan. ‘Sorry, mijnheer, voor het gehuil. Maar weet u, die klootzak heeft me zomaar in de steek gelaten. En nu zit ik hier opgezadeld met een vreemd figuur, die zich makelaar noemt en moet ik alles in mijn eentje gaan opknappen.’
‘Ik ben misschien een vreemd figuur, maar mogelijk kunnen we samen uw problemen oplossen.’
‘Ik heb helemaal geen behoefte aan uw hulp. Ik ga andere makelaars benaderen.’

Dat mensen meerdere makelaars laten opdraven, is geen probleem. Daar is niets mis mee. Maar dat ik niet de juiste persoon zou zijn, sloeg nergens op. Natuurlijk was ik de juiste persoon voor haar, vond ik. Het was duidelijk dat deze dame me niet erg mocht, beter gezegd: haar vijand was. Logisch natuurlijk, ik was immers de keuze van haar ex.
Hoe kon ik deze vijandschap doorbreken?


Wordt vervolgd
Volgende week (deel 2): Agressieve dame