Broederoorlog

Deel 3 (slot): Gerechtigheid

 

Ondanks dat ik een prachtig bod op het object van de gebroeders Draagsman had ontvangen, had de zogenaamde boze, brutale broer de nodige twijfels of het geaccepteerd zou worden door zijn Groningse broer Gerard.
 

Albert Draagsman had gelijk. Het bod werd niet geaccepteerd. In tegendeel, zelfs. Groningse Gerard had inmiddels een notaris benaderd om het object te laten veilen. Het was zelfs zo dat de opdracht per direct werd ingetrokken.
'Maar uw broer gaat zonder meer akkoord met het bod,’ probeerde ik als uiterste poging om de zaak te redden.
‘Dus u hebt toch weer met mijn broer gesproken? Ik had u gezegd dat ik dat niet wilde.’
‘Dat komt omdat hij de kandidaat-kopers zelf naar mij heeft doorverwezen.’
‘Niks mee te maken. Mijn broer gaat toch dwars liggen en zal niet tekenen. Stuur mij maar een nota van uw kosten.’
Dit was een wel heel verrassende en teleurstellende wending.

Albert Draagsman was ziedend toen ik verslag uitbracht. 
‘Ik ga hem een proces aandoen. Dit pik ik niet.’
Inderdaad spande hij een kort geding tegen zijn broer aan om de veiling tegen te houden, maar dat verloor hij. De rechter vond dat Gerard door de volmacht van zijn vader alle recht had om met het object te doen wat hij wilde.
De veiling ging dus door, maar werd een grote flop. De opbrengst was slechts zeshonderdduizend euro. De eerdere bieders van één miljoen hadden al iets anders gekocht, waardoor er vrij weinig concurrentie op de veiling voor de nieuwe eigenaar overbleef en deze het object dus spotgoedkoop kon verwerven.

Maar Albert liet het er niet bij zitten en ging in hoger beroep. Na de veiling vertelde hij me dat hij een onderzoek had laten doen door een detective. Daaruit was gebleken dat zijn broer hem een paar ton door de neus wilde boren door met een malafide stroman zaken te doen. Deze zou het object zo goedkoop mogelijk kunnen verkrijgen met als tegenprestatie dat Gerard dan voor een prikkie een appartement in Spanje kon overnemen. Albert eiste daarom van zijn broer alsnog de helft het eerder gedane bod van één miljoen euro.
Als bewijs bij de rechtszaak dienden naast het e-mailverkeer van ons kantoor ook getuigenverklaringen van mij als makelaar en van de oorspronkelijke bieders.

De rechter wees de vordering toe, waardoor Albert uiteindelijk zijn gewenste vijfhonderd duizend euro ontving en Gerard een deksel op zijn neus. Want hij moest uiteindelijk genoegen nemen met slechts honderdduizend. Zijn laaghartige ruil met een optrekje aan de Spaanse kust kon dus niet doorgaan.

Ik had mijn best gedaan om het object goed te verkopen, maar werd zonder pardon opzij geschoven. Tegen zulke rare fratsen is geen makelaar opgewassen. Zeer teleurstellend was deze opdracht verlopen, maar de uikomst voelde toch als een soort gerechtigheid.
Een doekje voor het bloeden was dat ik in ieder geval al vóór de veiling de intrekkingkosten vergoed had gekregen. Ook van Albert Draagsman mocht ik een vergoeding ontvangen voor de moeite. Liever had ik natuurlijk een mooie transactie gedaan, maar ach, je kunt niet alles krijgen in dit leven.
Mijn voorgevoel was helaas bewaarheid geworden.

Ik heb daarna nooit meer iets van deze ruziënde familie vernomen. Een ding weet ik vast en zeker: het is nooit meer goed gekomen.
En dat allemaal het gevolg van een paar vriendschappelijk kneepjes in een bil.

      
      8-6-2020