De bedroefde koe

Een verhaal met zo veel mogelijk veel boehs en oehs

‘Boeh,’ roept boer Koekoek naar koe Loekie.
‘Boeh, boeh, boeh,’ begroet de koe de boer.
Zo ontmoeten boer en koe elkaar altijd bij het voeren ’s morgens vroeg.
Boer Koekoek loopt naar de koe toe en voelt onder de boezem van de koe.

Loekie wordt bedroefd; ze voelt meteen wat boer Koekoek met dit gedoe bedoelt. Dat heeft ze de boer vaker zien doen bij andere koeien. Die worden dan met spoed afgevoerd en komen nooit meer retour. Koe Loekie heeft een angstig voorgevoel en vermoedt: Ik word mensenvoer, of ga op exportvervoer. Die boer draait mij een loer.

De koe kijkt met droeve ogen naar de boer. Deze ziet hoe tranen opwellen in de ogen van de koe. Loekie is nog niet levensmoe en voelt boosheid opdoemen. Ze krijgt zelfs een wraakgevoel, draait zich om en poept haar vloeibare behoefte op de broek, de voeten en schoenen van boer Koekoek.
De boer is niet woedend, want ineens krijgt boer Koekoek een zwaar gemoed, voelt het verdriet van Loekie, legt zijn smoel tegen die van de koe en denkt bij zichzelf: Oei, oei, oei, Loekie, dit is niet goed; ik heb een slecht gevoel. Ik doe het niet; je hoeft niet te worden afgevoerd. Jij was altijd een goede melkkoe, zoogkoe en vroedkoe en je was altijd goed voor de melkboer. Je moet blijven, ik bedoel dus: jij wordt  geen vleeskoe, maar mag van mij met pensioen.

De koe voelt dat het weer helemaal goed zit met zijn toekomst. ‘Hoera, dat is cool,’ loeit Loekie en begint vrolijk ‘boeh, boeh, boeh’ te roepen. Ze geeft de boer een zoete zoen op zijn toet en springt met spoed en veel bravoure rond op de groene weide met een groot geluksgevoel.
Loekie weet dat ze niet tot sterven is gedoemd.

21-04-2021