Brave Bruno

De voordeurbel gaf het mooie geluid van de Big Ben. Nog voordat het lang aanhoudende klokkenspel was afgelopen, werd ik vriendelijk begroet door de vrouw des huizes en een lodderig kijkende Duitse herder. Ik aaide het beest en werd vervolgens vriendelijk besnuffeld.

 

‘Goedendag mevrouw. Ik word hier erg hartelijk verwelkomd door uw hond.’
‘Onze Bruno is altijd heel blij om gasten te ontvangen. Een echte mensenvriend, is hij. Maar komt u binnen.’
Nadat ik de woning had opgenomen en de voorwaarden besproken, kwam er al snel een overeenstemming over de verkoopopdracht.
Ik kreeg de sleutel overhandigd.
‘Mijn man en ik werken allebei, dus als er kandidaten zijn kunt u er altijd in. Als u van te voren even belt wanneer u komt, is dat wel prettig om te weten.’
Een makkelijkere verkoopopdracht was bijna niet te bedenken.


Een week later had ik de eerste kijker voor het pand. Zoals ik had beloofd, belde ik de afspraak netjes door.
‘De hond moet u wel in huis houden. Als hij op straat komt, of in de tuin, krijgt u hem niet meer naar binnen,’ werd me nog als advies meegegeven.
‘Ik zal er op letten, mevrouw Pakkering. Ik bel na de bezichtiging nog wel even om te melden hoe het is verlopen.‘

Vol goede moed reed ik naar de woning, waar de bezoekers al op mij stonden te wachten. Ik opende de deur en liet de mensen netjes binnen. De deur tussen gang en woonkamer was nog gesloten, maar ik hoorde de hond al blaffen ter verwelkoming.
‘Ze hebben een hond hier, maar die doet niets, hoor. Het is een heel vriendelijk beest.’
‘Oh, maar wij zijn niet bang voor honden. We hebben zelf een Labrador.
Toen ik de kamerdeur opende, was de schrik hevig. Met opgetrokken lippen, ontblootte tanden en vals gegrom stond daar ineens die zogenaamd mensenvriend, de brave, vriendelijke Bruno voor me. Verschrikt deinsde ik achteruit, waarbij ik de man en vrouw achter me tegen de voordeur terugduwde.
Het beest kwam wild op me af en ging met zijn ontblootte, scherpe tanden dreigend tegen me opstaan, aldoor met die angstaanjagend grote bek levensgevaarlijk vlak onder mijn strottenhoofd. Ik bleef stokstijf staan en probeerde de hond te sussen met: ‘Rustig maar, Bruno, je bent lief, ik ben het. Je kent me toch nog wel? Ga maar af.’

Maar helaas, al mijn sussende woorden hielpen geen zier. Bruno bleef grommen en ik durfde me nog steeds niet te verroeren.
‘Laat mij maar even,’ het was de man die ik tegen de voordeur had aangedrukt. Hij maakte een stap opzij en sprak met harde, bestraffende stem: ‘Ga af, zit!’
In plaats dat de hond één van de commando’s opvolgde, liet hij de aandacht en dreiging naar mijn keel varen en richtte zich nu op de bezoeker, waarna hij opnieuw begon met hetzelfde bedreigende scenario.
Het gaf mij de gelegenheid om de toiletruimte in te vluchten, niet zo zeer uit angst (nou ja), maar puur uit praktische overwegingen. Net op tijd had ik de deur achter me dicht kunnen trekken. Ik had geen fractie later moeten zijn, want anders had het beest me in mijn broek, of wellicht ergens anders gegrepen. Ik stond te zweten als een otter en te beven als een rietje door alle doorstane spanningen. Nu begon de hond zijn agressie op de wc-deur bot te vieren door er tegenaan te springen en te krabben.

(Wordt vervolgd)

 
18-03-2019