Hfdst. 9: De kenau 

Deel 2: Onaangename kennismaking


Samenvatting deel 1: De sympathieke Otto Petrussen had mij uitgenodigd zijn woning te bekijken voor de verkoop. Vooraf had hij mij gewaarschuwd voor zijn vrouw.


Direct bij binnenkomst merkte ik de onaangename sfeer in huize Petrussen. Zijn vrouw liep hevig te mopperen over het feit dat hij weer egoïstisch en eigengereid bezig was, onder meer omdat hij mij zonder te waarschuwen had uitgenodigd en ze het huis eigenlijk helemaal niet wilde verkopen. Mij keurde ze geen blik waardig en negeerde zelfs mijn uitgestoken hand.

Maar Petrussen trok zich niets van haar gefoeter aan en vertelde mij intussen van alles over de woning. Dat maakte de vrouw nog woester en met stemverheffing begon ze te schelden dat hij een nietsnut en een dronkenlap was.


‘Trek je van haar maar niets aan,’ sprak hij, toen we boven de slaapkamers bekeken. ‘Sinds ze drie jaar geleden een beroerte kreeg, loopt ze de meeste tijd te fitten en te zeuren.’
‘Dat is ontzettend vervelend,’ toonde ik mijn medeleven.
‘Ik laat haar maar. De ellende zal over een poosje afgelopen zijn.’
‘Hoe dat zo?’
‘Ach, Bert, je kunt in het leven nooit bouwen op zekerheden,’ sprak hij geheimzinnig.

Toen we weer beneden waren, begon de vrouw opnieuw te mekkeren, onder meer over mij als makelaarskeuze en hoe Otto denkt wat er na de verkoop moet gebeuren.
Om haar wat te bedaren, zei ik dat ik alles uitgebreid wilde bespreken. Ze kalmeerde wat en ging zelfs een kopje thee zetten. De bespreking verliep daarna zonder veel hatelijkheden of vervelende opmerkingen, totdat Otto even naar het toilet moest.
‘Je gaat je toch niet weer bezatten?’, riep ze hem na toen hij de kamer verliet.
'Weet u, mijn man is alcoholist. Hij hangt ’s avonds tot laat in de kroeg om te zuipen,’ vertrouwde ze me toe.
‘Vervelend,’ was  mijn enige reactie. Gelijk bedacht ik, dat ik hetzelfde zou doen met zo’n echtgenote. Ik had het graag willen zeggen, maar dat kon natuurlijk niet. Dus bleef ik op tamelijk goede voet met deze boosaardige vrouw.

Elke keer als ik daarna met kandidaten de woning kwam bezichtigen, kon de vrouw om het minste of geringste tekeergaan. Het was behoorlijk gênant en ergerlijk, maar de lieve Otto bleef steeds stoïcijns.
Regelmatig kwam Petrussen op kantoor om een praatje te maken en als ik niet naar een afspraak hoefde, nam ik de tijd voor deze aardige man. En van dronkenschap heb ik al die keren nooit iets gemerkt. We hadden steeds ontspannen gesprekken, waarbij soms leuke anekdotes over de tafel vlogen. Maar andere keren was de stemming serieus.
Als het gesprek op zijn echtgenote kwam, trok hij zijn schouders op en sprak de onbegrijpelijke woorden: ‘Ach, het zal niet lang meer duren.’
Wat bedoelde Petrussen met deze woordenr?  Wilde hij binnenkort misschien gaan scheiden?

Ook vertrouwde hij me eens toe dat hij graag naar het café ging, niet om er veel te drinken, maar voornamelijk om gezellig met vrienden te praten.
‘Komt zeker vanwege de thuissituatie? informeerde ik.
‘Nee, hoor. Dat mijn vrouw wat moeilijk tegen me doet, vind ik niet erg. Ik wil gedurende de tijd dat ik nog leef gewoon leuke mensen ontmoeten. Daar geniet ik dan van.’

Waarom was de man zo serieus geweest, terwijl hij anders altijd zo opgewekt was.Ik hield een onbestendig gevoel over toen hij weer vertrokken was en ik vreesde dat er binnenkort iets ernstigs zou gaan gebeuren.

Wordt vervolgd
Volgende week het slot: Verdriet

26-08-2019