Vrede in het tuincentrum

‘Ik wil dat we straks even naar een tuincentrum gaan, Jan,’
‘Kan niet schat. Ik ga zo een bus verf halen en de badkamer opknappen.’
‘Dat kan volgend weekende ook wel. Die schimmel op de muur zit er al een half jaar.’
‘Dat tuincentrum kan helemaal uitgesteld worden.’
‘Wat een etter kun je toch zijn.’
‘Moet jij zeggen, trut. Zoek het maar uit. Ik ga nù naar de winkel.’
‘Weet je wat, eikel? Blijf daar dan maar.’
Jan smijt de deur achter zich dicht, zijn vrouw in vertwijfeling achterlatend.
Met een woeste zwaai trekt ze het ontbijtlaken van tafel met gevolg dat borden, kopjes en alle etenswaar op de grond kletteren. Stoelen worden omgegooid en de trouwfoto op de grond gesmeten. Met een driftige pedaaltred fietst ze naar het tuincentrum.

‘Wat kom jij hier doen?’
‘Sorry liefje. Het spijt me van daarstraks. Ik wist niet dat je het zo belangrijk vond om hier naar toe te gaan.’
‘Hoepel maar op. En die bloemen hoef ik niet. Je hebt me tot op het bot beledigd.’
‘Ja, ik heb het gezien, thuis. Ik heb de boel inmiddels opgeruimd. Zullen we een kopje koffie met een saucijsje gaan nemen in het tuincafé? Kunnen we wat bijpraten.’
‘Je moet toch zo nodig klussen?’
‘Kan wel wachten tot volgende week.’

Er komt een flauw glimlachje op het gezicht van de vrouw.
‘Nou, vooruit dan, omdat jij het bent.’
Jan gaf zijn vrouw een kus op haar wang. ‘Die trouwfoto heb ik toch nooit leuk gevonden.’

15-01-2017