Hfdst. 7  Bedreiging (deel 1)


Met een ruk werd de kantoordeur opengegooid en stormde een wildeman naar binnen. ‘Waar is die klootzak van een makelaar?’
De idioot rende op Linda af en riep nogmaals vlak voor haar gezicht: ‘Waar is die vervloekte baas van je?’

Omdat het geschreeuw in mijn kamer duidelijk was doorgedrongen, ging ik naar de receptieruimte en zag een brulaap dreigend voor de balie staan. De man was gekleed in een rafelige spijkerbroek en een smerig hemd, waar twee spiergebundelde armen, vol tatoeages, angstaanjagend uitstaken. Hij had wilde, blonde krulharen die als spaghettislierten langs zijn slapen omlaag dwarrelden. Het was duidelijk dat de spierbundel in een agressieve bui verkeerde.


‘Wie wilt u spreken?’ informeerde ik, hoewel ik al wist dat de dolleman naar mij op zoek was.
‘De makelaar mot ik hebbe. Ben jij dat? Ben jij die verdomde klojo?’
‘Ik ben inderdaad makelaar en mijn naam is Berg. Wat kan ik voor u doen?’

Tot mijn eigen verbazing klonk mijn stem rustig. De woesteling liep om de balie heen, kwam dreigend op mij af en ging met zijn brede vooruitgestoken borst bijna tegen mij aanstaan. Omdat hij duidelijk in mijn comfortzone kwam, verwachtte ik dat er nu klappen, of stompen zouden volgen. De bedoeling van de bodybuilder was waarschijnlijk dat ik terug zou deinzen, de andere ruimte in. De deur van mijn kamer stond namelijk nog open. Ik deed dat niet. Als ik dan toch in elkaar geslagen ga worden, moet het maar gebeuren met Linda als getuige, bedacht ik gespannen. Bovendien wilde ik niet als een lafaard naar achteren vluchten.

‘Jij bent een gore zeikerd. Weet je dat? Een boerenpummel. Jij wilt mijn broertje een poot uitdraaien, hè?’
‘Ik weet niet wat je bedoelt. Leg me uit wat er gaande is.’
Ik lag tot mijn verbazing nog niet bewusteloos op de grond. Hij had me nog met geen vinger aangeraakt. Dat viel dus mee. Wel hield hij dreigend zijn wijsvinger naar voren tot vlak voor mijn ogen.
‘Jij wilt mijn broertje boete laten betalen. Dat pik ik niet. Als je dat flikt, zal ik je alle hoeken van dit kantoor laten zien. Ik sla je bont en blauw tot je ogen dicht zitten, smerige oplichter en ik sla de hele inventaris hier aan gort.’

Uit zijn woorden begreep ik dat hij op dit moment dus nog niet van plan was om me in elkaar te slaan.
Ik vermoedde al op wie het bezoek betrekking had. Enige tijd terug had ik een woning verkocht aan ene Panningha. De geplande datum van notariële overdracht was al verlopen, terwijl koper vlak daarvoor aan de notaris doodleuk had doorgegeven dat hij van de koop afzag.
Vóór die tijd had ik hem al verschillende keren gewaarschuwd dat de transportdatum begon te naderen, terwijl er nog steeds geen hypotheekstukken van zijn bank door de notaris waren ontvangen.
De datum om de koop zonder kosten te kunnen ontbinden wegens het niet verkrijgen van een hypotheek, was al lang verlopen. Uiteindelijk heb ik, in overleg met en namens verkopers, de familie Goevertsen, een aangetekende brief gestuurd waarin hij in gebreke werd gesteld, met daarin meteen de mededeling dat hij volgens de koopovereenkomst een boete van tien procent van de koopsom aan verkoper verschuldigd is. Maar zelfs daarop had hij nooit gereageerd.
Gelukkig was een dergelijke vervelende situatie nog nooit voorgekomen in mijn makelaarspraktijk, maar nu was het helaas toch een keer realiteit geworden en waren de rapen gaar. Wat zou er de komende minuten gaan gebeuren? Ik voelde door deze brulaap flinke spanning in mij opkomen.

(wordt vervolgt maandag 1-7-2019 a.s.)

24-06-2019